Showing posts with label dag van het jodendom. Show all posts
Showing posts with label dag van het jodendom. Show all posts

Monday, January 24, 2011

Nieuwjaar

2011 from weheartit


Deze column verscheen in januari 2011 op de website van de 'Dag van het Jodendom', een interreligieus initiatief van de Rooms-Katholieke Kerk om binnen de Kerk een positieve visie op het Jodendom te ontwikkelen.

Buiten voltrok zich een waar een slagveld aan vuurwerk, maar binnen staken mijn man en ik in rust en vrede de sjabbatkaarsen aan. Oudejaarsavond viel dit jaar (net zoals Kerst) samen met sjabbat.

Dat er een ruime week tussen Kerst en Nieuwjaar zit is geen toeval. We kennen Oudejaarsavond, met oliebollen en champagne, voornamelijk als seculier feest. We zouden in de luide knallen van rotjes een poging van heidense oorsprong kunnen zien om de ‘demonen van de duisternis’ te verdrijven. Tegelijkertijd sluiten we onder het mom van ‘goede voornemens’ en masse abonnementen af bij de sportschool en plakken we ijverig nicotinepleisters . Toch is één van de minder bekende betekenissen van Nieuwjaar het oorspronkelijke ‘Feest van de Besnijdenis van Christus’.

In de Joodse traditie worden jongetjes acht dagen na hun geboorte besneden en doen hiermee hun intrede in het Verbond van Abraham. Dit is dan ook één van de meest belangrijke geboden uit de Tora. Jezus was als telg uit een ‘echte jiddisje misjpooche’ hier geen uitzondering op. In de katholieke traditie werd dit gegeven gehonoreerd met ‘het Feest van de Besnijdenis van Christus’ op de eerste januari. Tot de 15 e eeuw werd dit feest samen gevierd met ‘het Feest van de Heilige Naam van Christus’ omdat een Joods jongetje bij de besnijdenis meteen zijn (Joodse) naam ontvangt. Later kwam de nadruk meer op het laatste deel te liggen, waardoor de viering van de besnijdenis in de katholieke traditie steeds meer in de vergetelheid raakte. In 1960 kreeg het feest vanwege tal van liturgische hervormingen door paus Johannes XXIII een universeler karakter. In 1974 werd het de eerste januari door de Kerk uitgeroepen als ‘Dag van de Vrede’.

Toch kunnen we waarde in de symboliek van de besnijdenis vinden. In het Jodendom verbeeldt het getal zeven aardse volmaaktheid. In zeven dagen voltooide de Eeuwige de schepping en rustte Hij. Na zeven jaar verkreeg de slaaf volgens de Tora zijn vrijheid en moest landbouwgrond braakliggen om de aarde de kans te geven te rusten. En elke negenenveertig jaar (zeven maal zeven) werd het Jubeljaar uitgeroepen, waarbij de grote maatschappelijke reset-knop werd ingedrukt: schulden werden kwijtgescholden en iedereen kreeg een schone lei.

Waarom dan die besnijdenis op de achtste dag? Dit is de ‘overtreffende trap’. De mens (in dit geval, het Joodse jongetje) is ‘compleet’ wanneer hij geboren wordt, maar vind pas vervulling en lotsbestemming door de heiliging van het verbond. Acht vertegenwoordigt het transcendente en een sprankelend nieuw begin.

Het Feest van de Besnijdenis van Christus viert dus veel meer dan alleen het verband tussen Jodendom en katholicisme. De Dag van het Jodendom is een soort januskop: we kijken naar het verleden opdat we het kunnen begrijpen, maar tegelijkertijd richten we ons op de toekomst zodat we deze ten positieve kunnen beïnvloeden.

Vuurwerk en goede voornemens zijn leuk. Maar het nieuwe jaar biedt ons zoveel meer. Het geeft ons de kans om het transcendente in ons en onze tradities aan te raken. Om de goddelijke opdracht om deze wereld te vervolmaken met beide handen aan te grijpen – in zowel de kleine als de grote dingen. Van een teer baby’tje dat tweeduizend jaar geleden in een stal geboren werd tot de grootse en meeslepende visie van de Profeten van Israël die zich een wereld van eenheid, gerechtigheid en vooral heiligheid voorstelden.

Ik wens u dan ook een heel gelukkig, gezegend, inspirerend en vooral heilig 2011.

Verschil mag er wezen

church from weheartit



Deze column verscheen in november 2010 op de website van de 'Dag van het Jodendom', een interreligieus initiatief van de Rooms-Katholieke Kerk om binnen de Kerk een positieve visie op het Jodendom te ontwikkelen.

Nadat ik vorige winter in een kerk één van mijn lezingen had gehouden in het kader van de ‘Dag van het Jodendom’ kreeg ik door de diaken een privétour van het gebouw aangeboden. Als in een Dan Brown roman kropen wij op ladders en door duistere gangetjes totdat we opeens in de nok van de kerk stonden.

In eerste instantie keek ik instinctief naar beneden naar de vloer, het altaar en het kruis. Pas daarna richtte mijn blik zich naar voren, naar het koepelvormige dak. Ik slaakte een kreet van bewondering. Daar zag ik in prachtige gouden letters staan, ‘sanctus sanctus sanctus Dominus Deus Sabaoth’ en een rilling van religieuze herkenning trok door mij heen. Wanneer wij Joden als gemeenschap bidden is deze zin standaard onderdeel van onze liturgie: ‘kadosj kadosj kadosj Adonai Tsewaot melo kol ha’aretz kewodo’. ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer der Heerscharen, de hele aarde is vervuld van Zijn glorie.’ (Jesaja 6:3)

Ik was ontroerd.

Verrukt liet ik mijn ogen door de prachtige koepel dwalen, azuurblauw met gouden sterren en ik stelde mij de engelen voor die elkaar het sanctus toeroepen, zoals de profeet Jesaja beschrijft in zijn visioen. Ik richtte mijn ogen naar het hoogste deel van de koepel en zag daar een prachtige schildering van het Lam Gods. Opeens schrok ik, de herkenning was plotsklaps weer verdwenen. Het concept van het Lam Gods past fundamenteel niet in de Joodse theologie.

Een van de vragen die mij bezighoud binnen de interreligieuze dialoog is het durven erkennen van zowel verschillen en overeenkomsten. Het is gemakkelijk om enerzijds met alle goede wil van de wereld over de verschillen heen te walsen of anderzijds schichtig om te gaan met wat ons bindt. Beiden doen onze dialoog en onze tradities geen recht aan. We zijn anders—voor hele essentiële redenen—en we hoeven hiervoor niet onze excuses aan te bieden. Tegelijkertijd is blindstaren op de verschillen niet constructief en ontzeggen wij ons zelf de kans om ons oprecht te laten verrassen en ontroeren door die overeenkomsten.

De Katholieke Kerk is een wereldkerk. Ook zij zal vast en zeker dagelijks, al twee millennia lang, omgaan met diversiteit. En als goede Jood ben ik altijd in voor discussie. Onze hele Talmoedische (en ‘kerkrechtelijke’) traditie rust op de moed om het roerend met elkaar oneens te zijn. Daar is het Jodendom alleen maar humaner en leefbaarder van geworden.

Uit dit spanningsveld tussen verschil en overeenkomst kan iets prachtigs voortkomen. De engelen fluisteren namelijk niet stilletjes naast elkaar maar roepen elkaar toe, elkaar rechtaankijkend en vol zelfvertrouwen. Als wij elkaar recht durven aan te kijken en vanuit onze eigen kracht en openheid van geest elkaar durven aan te spreken, dan komen de gulden letters echt tot glans. ‘Heilig, heilig, heilig’.

Heiligheid zit altijd in de dialoog. Verschil mag er wezen maar de overeenkomsten opzoeken moet.

Sunday, January 23, 2011

Bitterzoete rust

candles / weheartit


Deze column verscheen in november 2010 op de website van de 'Dag van het Jodendom', een interreligieus initiatief van de Rooms-Katholieke Kerk om binnen de Kerk een positieve visie op het Jodendom te ontwikkelen.

Het regent ijzige druppels en de pepernoten liggen alweer in de schappen. Nederland maakt zich druk op voor Sinterklaas om vervolgens door te stomen naar Kerstmis en Oud en Nieuw. Ik geniet even van de rust. De Hoge Feestdagen liggen achter ons en de Joodse kalender biedt even respijt.

Deze kalender kent een ingewikkeld maar ingenieus lunisolair systeem. Dit is op zowel de maanstand (elke 28 dagen) als de wenteling van de zon (elke 365 dagen) gebaseerd. Een wiskundig trucje combineert beiden en voegt elke twee of drie jaar een schrikkelmaand toe om het verschil tussen de maanden en het jaar op te vangen. Een groot voordeel van dit stelsel is dat de band met de cycli van zon, maan en natuur intact blijft. Onze liturgie viert elke maand ‘rosj chodesj’, de vernieuwing van de maan, met speciale gebeden zoals het reciteren van de prachtige natuurpsalm 104. Tevens beginnen de meeste van onze belangrijke feesten zoals Pesach (Joods Pasen) en Soekkot (Loofhuttenfeest) met de volle maan.

En zo keek ik dit jaar reikhalzend uit naar dat dunne streepje nieuwe maan die de maand Chesjwan inluid. Chesjwan ook wel ‘Marchesjwan’ genoemd (‘mar’ betekent bitter) omdat men betreurd dat er in deze maand geen feestdagen zijn. Voor betrokken joden, echter, geeft Chesjwan ons een welkome adempauze. Dit is de tijd dat rabbijnen de kans krijgen om eindelijk hun emails te beantwoorden en hun artikelen te schrijven en dat Joodse huisvrouwen (en –mannen!) even geen uitgebreide feestmaaltijden hoeven te koken. De synagoges zijn wederom een oase van (Sjabbats)rust.

Om terug te blikken op de ‘Hoge Feestdagen’ moeten we de klok twee maanden terug zetten. We beginnen bij Eloel. Dze nazomerse maand gaat vooraf aan Rosj haSjana (Joods Nieuwjaar) en Jom Kippoer. Joods Nieuw Jaar is hele andere koek dan het vuurwerkgeweld van ‘Oud en Nieuw’ en bestaat uitsluitend uit bezinning en inkeer—tesjoewa. We bezinnen ons op onze daden van het afgelopen jaar en vragen vergiffenis van onze medemens. Dan pas kunnen we vergiffenis van de Eeuwige vragen op Jom Kippoer zelf. Tesjoewa kan je op vele manieren doen; door een goed gesprek aan te gaan, te reflecteren in een dagboek, via vrijwilligerswerk of het geven van geld aan goede doelen of middels gebed, overdenking of meditatie. Kortom, Eloel is een maand van verhoogde intimiteit tussen God, het individu en zijn of haar medemens.

Na de voorbereidende maand Eloel volgt de maand Tisjré (deze valt in september of oktober). Het begin van Tisjré is dus Rosj haSjana (Nieuw Jaar). Op Rosj haSjana blazen wij op de sjofar (ramshoorn) als oproep tot tesjoewa. De liturgie benadrukt de koninklijkheid van God. We bezinnen ons op onze sterfelijkheid en wat we voor elkaar betekenen. We eten appeltjes met honing voor een goed en zoet nieuw jaar. Tien dagen later, op de 10 e van Tisjré, culmineert deze periode in Jom Kippoer.

Jom Kippoer is het spirituele hoogtepunt van het jaar. Onze liturgie is veel rijker dan normaal en wij vasten vijfentwintig uur lang. We overdenken onze tekortkomingen en vragen de Eeuwige om vergiffenis. Het is een intense maar geen deprimerende dag. Onze traditie noemt Jom Kippoer de ‘witte vast’ omdat wij vergeven worden en onze band met God en mens vernieuwd wordt. De gemeenschap komt de hele dag in sjoel bijeen en doormaakt gezamenlijk een loutering. Uitgeput maar geestelijk gereinigd breken we na zonsondergang de vast.

Vijf dagen later, op volle maan, begint Soekkot (het Loofhuttenfeest). Dit staat ook bekend als de ‘zeman simchateinoe’, de tijd van onze vreugde. We eten in de Loofhut; een symbool van zowel onze vrijheid (het gedenkt de hutten waarin de Kinderen Israëls woonden na hun ontsnapping uit de Egyptische slavernij) als onze kwetsbaarheid. Soekkot wordt na een ruime week afgesloten met het evenals vrolijke Simchat Tora (Vreugde der Wet) waarin wij vieren dat we de Tora (en haar verplichtingen) mochten ontvangen. Men danst ongeremd met de wetsrollen en we beginnen vooraf aan met de wekelijkse Toralezing, dus gewoon bij het ‘In den beginne’ van Genesis. Net zoals de zon en de maan kent de Joodse traditie haar cycli.

En dan is het voorlopig uit met de pret. Wat volgt is dus de bitterzoete rust van Chesjwan (en pas een later in het jaar Chanoeka, Poerim en Pesach). Gelukkig heb ik dan tijd om deze column te schrijven en te genieten van niet alleen de bijzondere momenten in het leven maar ook de gewone. Want feest of geen feest, het is uiteindelijk de taak van de Jood om het alledaagse te heiligen in het hier en nu.