Showing posts with label pesach. Show all posts
Showing posts with label pesach. Show all posts

Tuesday, April 3, 2012

Exodus - Movement of Jah People!

This article appeared earlier in the Sinai Chronicle.

Exodus – Movement of Jah People

When I was a teen, I listened to a lot of Bob Marley. I was an avid Reggae fan and even paid homage to his grave when I visited Jamaica on a family vacation. What I loved about Bob’s music, apart from the irresistible rhythms and melodies were his spiritual, Biblically-inspired lyrics. For people the world over, black and white, rich and poor, young and old, Bob Marley’s rousing words rang like a Prophetic call to social justice and transformative faith.

In one of his most popular songs, ‘Exodus’, Bob sings the following in his Jamaican Patois:

“Open your eyes and look within: are you satisfied with the life you’re living?”

Although Bob Marley was not Jewish, he echoes the sentiments of the Haggadah which tells us to every generation is to regard themselves as if they personally had exited Egypt: ‘chayav adam lirot et atzmo ke’ilu hu yatza mimitzrayim’.

What is remarkable about this commandment, rooted in Exodus 13:8 (‘and you shall tell your son, on that day, saying, ‘it is because of what the Eternal did for me when I came out of Egypt’) is that it appeals to our own, personal lives. But there’s more to it than that. Exodus 13:8 and Mishnah Pesachim 10:5 (which finds its way into the Haggadah) are ultimately echoed in the lyrics of Bob Marley’s song: ‘open your eyes and look within: are you satisfied with the life you’re living?’

There can be no external change without internal transformation. To Judaism, the personal is political. And Judaism will always prompt us to ask questions.
What does it mean that the Eternal took us out of Egypt? It means that we are not only partners in creation but also in redemption. It means that we can look at the experience of oppression and internalise it, that we can cultivate empathy with those oppressed today. It means we read the newspapers and watch the news through the lens of Eternity.

It’s okay to be angry. But it is only half of the perspective. By acknowledging that it is God Who redeemed us, the Torah tries to instil upon us an ‘attitude of gratitude’ to accompany our ‘righteous indignation’ as well as teaching us that political liberation relies on ideas greater than our own. Pesach likes mixing metaphors. At the Seder we speak of the bread of affliction while we dine on delicacies. We recline on comfortable seats while speaking about the burden of relentless work. I think the mixing of metaphors is intentional: were we to only focus on our liberation, we might become complacent. Were we to focus only on our oppression, we might become disenchanted. By emphasising both, the Haggadah hopes to spurn us into action. Or as Bob Marley would sing, ‘movement of Jah people’.

The value of the Exodus story, therefore, is not whether it historically took place or not. Its eternal relevance does not lie in archaeological evidence or antique relics on display in the British Museum. In fact, whether it happened or not might be completely irrelevant. What we do with it in our experience today is what matters.

So when you are seated at your Seder open your eyes and look within. Engage your guests and yourself with pointed questions about our lives and our world. Like the four sons of the Haggadah, it is good to ask even when it seems difficult or inappropriate to ask. What binds you in ‘slavery’ today? And what sets you free? What social causes do you find important and in what historical developments do you see both the hand of Pharaoh and the Hand of God? Today’s newspapers and newsreels supply us with endless food for thought. Bring snippets of articles to the table. Do a little research into a social issue you’re passionate about. Present your cause and encourage discussion. Enhance the brilliant pedagogy of the Haggadah with your own chiddush, new contribution.

The genius of Pesach is that its message is always just right. Like matzah, in times of prosperity, it keeps us humble. And in times of hardship, it nourishes us.

As I will set the table and place my silver Eliyahu’s cup on my fine brocade tablecloth and as I thank God for another season of freedom and another feast of food, I will hum Bob Marley in honour of fighting the good fight in times past and present. It is fitting that Bob, a modern-day prophet who was himself a descendant of slaves, should lend me the vocabulary that points towards Pesach’s ultimate goal:

“Jah come to break downpression, rule equality, wipe away transgression, set the captives free!”

Chag Pesach sameach!

Wednesday, May 4, 2011

Farao in het centrum van de macht

image credit: google

Dit artikel verscheen eerder in het Pesach-nummer van Levend Joods Geloof.

Farao in het centrum van de macht

In de hagada vertelt Rabban Gamliel, een beroemde geleerde uit de Misjna, ons dat ieder van ons in elke generatie verplicht is zichzelf te beschouwen alsof hij of zij persoonlijk uit de Egyptische slavernij is verlost. Hiermee zegt de joodse traditie dat deze niet alleen draait om mooie verhalen en abstracte concepten, maar dat die ook toetsbaar hoort te zijn aan onze hedendaagse ervaringen.

In het welvarende Nederland lijkt deze opdracht moeilijk te vervullen. We leven vooralsnog in voorspoed en democratie (en moeten ons als joodse gemeenschap actief inzetten om deze waarden te bewaken). Hierdoor verwordt het gebod uit de hagada echter al snel tot een oefening in abstractie. Toch is dit jaar anders dan voorgaande jaren. De metafoor haalt de werkelijkheid in. Life imitates art, als het ware. De revoluties in de Arabische wereld laten ons zien dat ook hedendaagse farao’s verdreven kunnen worden en dat hedendaagse onderdrukten kunnen zeggen, ‘awadim hajienoe’ – ‘slaven waren wij’.
Natuurlijk schuilt er een gevaar in vergelijkingen te trekken met hedendaagse politiek. Het risico is dat de eeuwigheidswaarde van de krachtige verhalen uit de Tora en de rabbijnse traditie wordt gereduceerd tot de waan van de dag. Een ander bezwaar is dat de Tora zelf wordt gepolitiseerd. Aan de andere kant ondermijnen we het morele gezag van de traditie als wij haar inzichten, wijsheden en waarden niet toepassen op de wereld om ons heen. Wij Joden hebben immers de opdracht de wereld te vervolmaken. We kunnen het ons niet permitteren te zwijgen.
En zo zoeken we de balans tussen uitgesproken politieke stellingnamen en stilzwijgen.

Archetype - Nu we Poerim achter ons hebben gelaten, maken we ons op voor Pesach. We beginnen met de voorbereidingen, maken het huis schoon, slaan een flinke voorraad matses in en nodigen familie en vrienden uit voor de seder. Tegelijkertijd biedt het naderende Pesachfeest ons de kans om, gezien de laatste politieke ontwikkelingen, wat nader te kijken naar het archetype van farao en het corrumperende effect van absolute macht.
Het begin van het boek Sjemot blikt terug op de laatste ontwikkelingen van Beresjiet. Joseef is onderkoning van Egypte geworden en heeft door een reeks slimme en haast machiavelliaanse politieke handelingen zowel het Egyptische volk van een hongersnood weten te redden als zichzelf in het centrum van de macht weten te plaatsen. Joseef overtuigt zijn familie ervan zich in Egypte te vestigen en de nieuwe Hebreeuwse migranten lijken succesvol te integreren: ‘oew’né jisraeel par’oe wajisjretsoe wajirboe waja’atsmoe b’me’od me’od vatimalé ha’arets otam’ – ‘…hun nakomelingen kregen veel kinderen en zo breidden de Israëlieten zich steeds meer uit. Ze werden zo talrijk dat ze het hele land bevolkten’ (Sjemot 1:7).
Totdat er een ‘melech chadasj’, een ‘nieuwe koning’, opstond, die ‘Joseef niet meer kende’. De reputatie van Joseef zal de Israëlieten niet meer kunnen beschermen. De nieuwe farao voelt zich bedreigd door de talrijke immigranten en vreest dat zij zijn machtsbasis zullen aantasten. De sinistere maatregelen die farao dan neemt, knechten eerst de bevolking om vervolgens uit te monden in het vermoorden van de pasgeboren jongetjes. Wie is deze farao dat hij zulke draconische maatregels treft? En welke inzichten verschaft onze traditie in macht en (slecht) leiderschap?

Macht - Rasji worstelt al met de vraag of de ‘nieuwe koning’ daadwerkelijk een nieuw individu is of dat het de oude farao uit Joseefs dagen was. In het laatste geval, legt Rasji uit, was hij de goede daden van Joseef vergeten en deed hij alsof hij Joseef niet meer kende.
Farao is bang voor de macht van het getal. Met lede ogen ziet hij aan hoe de Israëlieten zich vermenigvuldigen (volgens Rasji met zeslingen!) Ondanks zijn absolute macht blijkt hij een onzeker leider te zijn. De geschiedenis leert dat juist zwakke leiders erg gevaarlijk en wispelturig kunnen zijn. Farao zoekt raad bij zijn raadsmannen: ‘hava nitchakma’, beraamt Farao, ‘laten we verstandig handelen’. Volgens Midrasj Tanchoema betekent dit dat farao de Israëlieten op een steelse manier de slavernij inlokte: eerst nodigde hij ze uit naast hem te werken om hen vervolgens middels opzichters tot slaaf te maken. Volgens deze interpretatie was propaganda de faraonische strategie. Eerst werd het vertrouwen van de bevolking gewonnen, om dat vervolgens op een gruwelijke manier te misbruiken.
Volgens Ramban refereert ‘hava nitchakma lo’ aan een ander politiek werktuig. Farao handelde niet als eenzaam individu, maar zocht juist raad bij zijn raadgevers en astrologen. Farao was een populist die steun zocht bij zijn adviseurs. Ramban gaat ook in op de discrepantie tussen de geboorte van Mosjé (die vanwege het faraonische decreet moest worden verscholen) en Aharon (die het ogenschijnlijk makkelijker had), en legt uit dat farao op een later moment het decreet had geannuleerd vanwege maatschappelijke druk.

Megalomaan - De traditie schetst door haar commentaren en interpretaties een interessant psychologisch profiel van farao. Hij is een leider die de onderbuikgevoelens van het volk op een cynische en zelfzuchtige wijze gebruikt. Tegelijkertijd is hij onzeker en incompetent. Hij is volledig overtuigd van zijn eigen gelijk en immuun geworden voor morele argumentatie.
Zoals veel dictators blijkt farao over een haast bovennatuurlijke overlevingskracht te beschikken en tegelijkertijd aan een megalomane persoonlijkheidsstoornis te leiden. Farao ontspringt telkens de dans en wordt steeds hardvochtiger in zijn beleid totdat hij zelfs zijn geadopteerde zoon Mosjé wil vermoorden en zich zó vastbijt in zijn eigen gelijk dat hij bereid lijkt zijn eerstgeboren zoon te offeren. Hij ‘verhardt zijn hart’ tijdens de eerst vijf plagen. Hij wil de Israëlieten koste wat het kost niet laten gaan. Hij is gaan geloven in de gevaarlijke mythe dat de ene mens meer waard is dan de ander. Hij rechtvaardigt de slavernij als economisch beleid en investeert in waanzinnige bouwprojecten in plaats van dat hij als verantwoordelijk leider oog heeft voor sociale vraagstukken. En zoals veel dictators wijkt farao niet van zijn standpunt ook al wordt zijn ongelijk empirisch bewezen door de wonderen van de Eeuwige. Als een zwart gat kent het centrum van de macht zijn eigen zwaartekracht waaruit niets meer kan ontsnappen.

Bloedprijs - In onze dagen is het ironisch genoeg het Egyptische volk zelf dat zich van zijn farao heeft ontdaan. Dapper trekken jonge democraten overal in de Arabische wereld ten strijde tegen hun zelfingenomen, moreel blinde leiders. Egyptes farao, Moebarak, gaf niet makkelijk toe, maar zwichtte uiteindelijk. In Libië zit een kwaadaardiger farao en de tijd zal leren hoe hoog de bloedprijs is van zijn macht. De actualiteiten volgen elkaar rap op: Tunesië, Bahrein, Jemen en Jordanië. Zelfs het uiterst repressieve Saoedi-Arabië en Syrië blijven volksprotesten niet bespaard.

Binnen onze joodse gemeenschap geeft het Pesachverhaal ons een intelligente en immer actuele blik in de psychologie van een dictator. Aan ons is de taak lessen te trekken uit onze eigen ‘geschiedenis’. Hopelijk kunnen wij meebouwen aan een toekomstige wereld en tijd waarin niemand meer meester of slaaf is en waarin vrijheid en democratie zoveel meer zijn dan soundbytes, slogans of propaganda. Want uiteindelijk is die hoop op ge’oela, verlossing, de achterliggende boodschap van dit bijzondere verhaal en warmbloedige feest.

Sunday, March 27, 2011

Vrijdenkersmiddag bij Remonstrantse Gemeente Vrijburg



Vandaag een korte maar enerverende interreligieuze middag gehad bij de Vrijdenkersmiddag van de Remonstrantse Gemeente Vrijburg. Drie sprekers, theoloog Ruard Ganzenvoort, islamitisch zakenman Tamim Chebti en ik spraken over het thema 'Vrijheid'. Mijn insteek was gebaseerd op het Pesach verhaal waarin vrijheid en verantwoordelijkheid elkaar snel opvolgen. Disclaimer: op de folder en website werd vermeld dat ik rabbijn ben, hetgeen niet waar is. Ik ben natuurlijk slechts nog 'in opleiding'!

Vrijdenkers Bijeenkomst Vrijburg

Vrijheid Blijheid?

‘Vrijheid blijheid’. Deze slogan uit de jaren zeventig lag decennialang aan de basis van de zelfperceptie van onze samenleving. Hoe vaak moesten wij Nederlanders (niet zonder gepaste trots, overigens) wel niet van bewonderende buitenlanders vernemen hoe ‘vrijzinnig’ ons land was?

Toch voltrekt er op dit moment een kentering. De waarden die wij lang voor lief namen staan op losse schroeven. Vrijheid van godsdienst. Vrijheid van meningsuiting. Tolerantie. Wederzijds respect. Maar ook de vrijheid om toegang te hebben tot betaalbaar onderwijs of gezondheidszorg. De vrijheid om te durven geloven in een optimistisch mensbeeld. En over de grenzen, slechts een paar uur vliegen bij ons vandaan, worden dierbare vrijheden op expliciete en schrijnende wijze met de voeten getreden.
Tegelijkertijd lijken we vrijer dan ooit. Door sociale media twitteren, facebooken en smsen we vrijelijk. We geven publiekelijk uiting aan onze innerlijke gevoelens (denken we) terwijl we genieten van een levensstijl waar onze voorouders slechts van hadden kunnen dromen.

Deze tegenstrijdige uitingen van onvrijheid en vrijheid geven ons te denken wat vrijheid in de essentie betekent.

De Joodse traditie erkent twee soorten vrijheid: een negatief geformuleerde vrijheid en een positieve geformuleerde vrijheid. Deze categorisering vindt ook weerklank bij 20ste eeuwse denkers zoals Isaiah Berlin en Erich Fromm. De eerste soort schept de voorwaarde voor de tweede soort. Negatief geformuleerde vrijheid is de ‘vrijheid van’, het soort vrijheid dat op dit moment met bloed, zweet en tranen in het Midden Oosten (en elders ter wereld waar de media minder over rapporteert) wordt bevochten. Positief geformuleerde vrijheid is de ‘vrijheid tot’, het soort vrijheid dat verplichting en verantwoordelijkheid schept, zoals de morele en democratische verplichting om naar de stembus te gaan in of de persoonlijke verplichting om middelen tot zelfontplooiing ten volste aan te grijpen.

In de Tora worden beiden vormen van vrijheid en hun consequenties besproken. Dit archetypische leitmotief, dat zich voornamelijk in het Pesach verhaal maar ook door de gehele Pentateuch manifesteert, komt het meest expliciet tot uitdrukking in het boek Sjemot (Exodus). Het Joodse volk wordt collectief tot slaaf gemaakt door Farao in Egypte. De Tora beschrijft hoe, stukje bij beetje, vrijheden werden afgenomen. Eerst werd men gedwongen tot zware arbeid, vervolgens moest men bakstenen zonder stro produceren en tot slot nam Farao het gruwelijke besluit om alle Joodse jongetjes in de Nijl te verdrinken. De knoet van de onvrijheid trof de Israëlieten steeds harder. Tegelijkertijd was ook Farao onvrij. Ondanks zijn weelde en macht liet hij zich regeren door angst. Hij vreesde dat het groeiende Joodse volk zijn machtsbasis zou aantasten. Uiteindelijk kwamen beide groepen – de Israëlieten en de Egyptenaren – in een impasse vast te zitten die alleen doorbroken kon worden door een man die zich vrijmaakte van de conventies van zijn opvoeding en ideeënwereld: Mozes.

Hoe het verhaal verder loopt is veelal bekend. Mozes leidt de Israëlieten uit de Egyptische slavernij weg, de woestijn in. De woestijn spreekt tot de Bijbelse verbeelding. Het is een niemandsland dat de mens de mogelijkheid geeft om tot wasdom te komen in relatie met het Goddelijke. Het is dan ook niet vreemd dat het Joodse volk de woestijn in wordt genomen om daar, zeven weken na de uittocht uit Egypte, de Tora aan de voet van de berg Sinaï te ontvangen. Dit waren niet twee losse incidenten in de mythische geschiedenis van de Tora maar juist nauw met elkaar verweven. We bewegen ons nu van negatieve vrijheid naar positieve vrijheid.

Wat gebeurde er aan de voet van die mythische berg? Rabbijnse commentatoren vroegen zich het zelfde af en er bestaan ook veel midrasjiem (rabbijnse vertellingen) over. Eén zo’n vertelling illustreert het begrip ‘negatieve vrijheid’ op prikkelende wijze. Volgens deze legende tilde de Eeuwige de berg Sinaï op boven de hoofden van het Joodse volk en dwong hen te kiezen voor het sociaal en religieus contract van de Tora. Zouden ze het ‘aanbod’ weigeren, dan zou de Eeuwige hen verpletteren onder de berg. Het is niet een zachtaardig beeld wat tegen onze moderne en vrijzinnige opvattingen instrijkt. Tegelijkertijd spreekt er ook eerlijkheid uit: onze levens bestaan uit keuzes die zware consequenties meedragen. Soms is het goed om die consequenties te vrezen. Angst hoeft ons niet te verlammen maar kan ons wel bewust maken van de kwetsbaarheid van onze vrijheid.

Andere rabbijnse vertellingen zijn gelukkig milder gestemd. Hierin wordt de Eeuwige als een tedere minnaar voorgesteld die Zijn bruid Israël het hof maakt. De Tora, geschonken op het symbolische huwelijk van God en Israël tijdens de openbaring op Sinaï, fungeert als huwelijksakte. In deze parabel kenmerkt het begrippenkader zich door liefde en verbintenis. Een positieve vrijheid betekent een positieve keuze voor de waarden en relaties die we koesteren.

Als ‘vrijzinnige denker’ zou ik graag de knuppel in het hoenderhok willen gooien. Van mening verschillen is een goede Joodse eigenschap! Het archetype van de Tora is nog altijd actueel. De ‘vrijheid blijheid’ van de jaren zeventig was nodig: oude machtsstructuren moesten worden gedeconstrueerd en zonder die bevochten vrijheden zou ik hier niet staan als vrouwelijke rabbijn-in-opleiding. Dagelijks ben ik dankbaar voor de strijd die geleverd is en pluk ik daar de vruchten van.

Toch is ‘vrijheid blijheid’ slechts het halve verhaal. Echte vrijheid is een veel dynamischer fenomeen. Echte vrijheid verplicht ons, schept nieuwe verantwoordelijkheden en uitdagingen.

Wij zijn niet uit slavernij bevrijd om vervolgens slaaf te worden van nihilistische impulsen maar juist om waardigheid en verbondenheid te vinden in het dienen van idealen die groter zijn dan onszelf. Laten we dan vooral geluk en liefde vinden in het verdedigen van de grenzen van deze vrijheid. Vrijheid is een convenant dat we met elkaar moeten sluiten zodat we oprecht ‘vrijheid kunnen afkondigen in het land voor al haar bewoners’ (Lev. 25:10).