Showing posts with label nederlands. Show all posts
Showing posts with label nederlands. Show all posts

Sunday, July 14, 2013

In or out of the box: begrenzingen en vrijheid

D’rasja LJG Amsterdam: Begrenzing, bemoediging en vrijheid 

Ik heb erg veel respect gekregen voor mijn man. Niet alleen heeft hij mij de afgelopen vijf jaar door dik en dun gesteund toen ik op de rabbijnenopleiding zat, maar hij heeft nu ook een begin gemaakt aan ‘de babykamer’. ‘De babykamer’ is een klus waar wij al enige tijd tegenop zagen. Naar de Prenatal – het glazuur springt van je tanden, zo zoet met al die hartjes en roze – om inkopen te doen, keurig met de lijst van kraamzorg in de hand (heb nooit geweten wat ‘hydrofiele luiers’ zijn. Het zijn dus geen luiers – zo leer je ook weer eens wat). En nu is mijn heldhaftige echtgenoot begonnen met het in elkaar zetten van de box voor ons kleine mannetje. 

In de opvoedkundige wereld zijn er natuurlijk hele discussies over de zin of onzin van een box. Is het goed voor een baby om zo begrensd of beperkt te worden? Of biedt dat juist veiligheid en structuur aan een onoverzichtelijke en chaotische wereld waardoor een klein kindje met meer vertrouwen de wereld leert aftasten? In de joodse traditie – ook de liberaal-joodse traditie – kennen wij volwassenen deze discussie ook. Geven de mitzvot ons structuur en veiligheid in een existentieel chaotische wereld? Of beperken ze ons in onze zelf-expressie en vrijheid? 

De parasja van deze week overdenkt dit thema ook. Er is een zekere ambivalentie, een soort onduidelijkheid, in de pedagogische leer van parasjat Dewariem. Want dat het om een kind-ouder relatie gaat, moge duidelijk zijn. Nu ik zelf bezig ben met het lezen van opvoedkundige boeken (‘Oei Ik Groei!’ en ‘Jongens, hoe voed je ze op?’ van gezinstherapeut Steve Biddulph, een echte aanrader!) en als compleet onervaren bijna-moeder is het leerzaam om te kijken welke modellen van ouderschap de Tora ons aanbiedt. Houdt de Eeuwige onze hand vast of geeft Hij ons de vrijheid om te kiezen? Hoe is het om het als joodse volk angstig te zijn voor de nieuwe uitdagingen die ons wachten zoals de ‘anakiem’, de reuzen van het beloofde land? En hoe kunnen wij die angsten overwinnen? 

De ouder-kind relatie, in dit geval tussen de Eeuwige en de mens, is de meest intieme uitdrukking van de verbondsgedachte. Weinig relaties grijpen zo in op onze ontwikkeling als mens. Steve Biddulph is in zijn boek dan ook duidelijk: moeders maar vooral ook vaders moeten nauw betrokken zijn bij de opvoeding van hun kinderen en er vooral ook van genieten. Maar ook belangrijk: kinderen spiegelen zich aan de relatie die de ouders onderling hebben. Een liefdevol en respectvol huwelijk is misschien dan ook het grootste geschenk wat je aan kinderen kunt geven. (Mocht ik vreselijk naief zijn in deze kwesties dan hoor ik het graag bij de kiddoesj van de ervaringsdeskundigen onder jullie!) 

Dit is dan tegelijk ook meteen de kracht van Tora: zij houdt ons een spiegel voor en de Tora houdt zelfs de Eeuwige een spiegel voor. Is de Tora een opvoedkundig boek? Absoluut – maar vaak door weer te geven hoe het niet moet in plaats van hoe het wel moet. We kunnen denken aan de Akeida – het moment dat Awraham Jitschak wilde offeren. Niet helemaal pedagogisch verantwoord. De vele familieconflicten van onze aartsvaders, de strubbelingen die Mosje met het joodse volk ervoer in de midbar, de woestijn. En zelfs hoe God tekortschiet: Hij doodt de eerstgeborenen van de Egyptenaren, Hij straft en doodt opstandige leden van het joodse volk met enige regelmaat vooral in het boek Bamidbar. Oftewel: een gezinstherapeut zou er wel raad mee weten! 

De parasja opent dan ook met Mosje’s ongezouten kritiek: ‘ele hadewarim asher diber Moshe al kol Yisrael’ – ‘dit zijn de woorden die Mosje sprak tot het hele joodse volk’. Volgens verschillende Midrasjim, Yalkut Shimoni en Sifre, refereren ‘ele dewarim’ – deze woorden – naar de strenge woorden die Mosje richtte aan het volk. Toch ook hier een pedagogische noot: het was Balaam die aan loze vleierij deed maar juist Mosje die met strenge liefde sprak, zoals het een ouder (of leider) betaamt. En zoals het een goede ouder betaamd, laat Mosje de Tora in 70 talen verklaren (‘ho’iel Mosje be’er et haTora’) zodat de leerstellingen voor ieder te begrijpen zouden zijn. Tegelijkertijd erkent Mosje, als een inmiddels ervaren leider, wat zijn beperkingen zijn: ‘lo oechal levadi tse’et etchem’ – ‘ik kan jullie niet alleen dragen’. Hier op volgt dan ook een tedere uiting van de Eeuwige met een knikje naar Awraham: de Eeuwige heeft jullie doen vermenigvuldigen, zoals de sterren in de hemel en moge Hij ‘yevarech etchem ka’asher diber etchem’ – jullie zegenen zoals Hij beloofd heeft. 

Een goede ouder blijft zich ontwikkelen, overwint zijn woede en houdt zich aan zijn of haar belofte. En het joodse volk weet zich te spiegelen: iets later houdt Dewariem ons ethische wetten voor – om geschillen eerlijk te berechten, om de rijken niet voor te trekken, om rechters aan te stellen. Een rechtvaardige samenleving, een goede relatie, een waarachtig verbond is van dit spiegelen afhankelijk. 

Gaat het wel eens mis? Natuurlijk. De Eeuwige laat het joodse volk stikken. Het volk laat het op zijn beurt ook weer afweten. De straf is dan ook dat die generatie het beloofde land niet halen zal. Maar deze dynamiek is menselijk en geeft ons ook moed – we kunnen relaties repareren. Begin volgende week is het Tisja b’Aw en herdenken wij het dieptepunt in de relatie tussen God en Israel, waar de vervreemding in het boek Klaagliederen (Eicha) compleet lijkt. Tegelijkertijd krabbelen we dan via zeven troostende haftarot en de bemoedigende woorden van Dewariem weer overeind zodat we met de Hoge Feestdagen in een authentieke relatie kunnen staan: met de Eeuwige en met elkaar. 

Onze reis is nog lang niet afgelopen. En zo kent Dewariem vele tedere momenten waar we inspiratie uit kunnen putten. De ‘Misjne Tora’, de ‘tweede Tora’, zoals het boek ook in de rabbijnse traditie genoemd wordt, omdat het een samenvatting is van de hoogste idealen van onze traditie: ethisch monotheisme, de liefdevolle verbondsgedachte, de vrije wil van de mens en de bemoedigende zegeningen van Mosje. 

Zo’n box is toch wel handig waarin we onze kleine zo nu en dan een liefdevol en gestructureerd plekje kunnen aanbieden, zoals de Tora dat met ons doet. Als dat geen wijze lessen zijn voor mijn man en ik als aanstaande ouders! Met zo’n pedagogiek kunnen we bergen verzetten en ‘anakiem’, reuzen, overwinnen. 

Sjabbat sjalom.

Wijdingspreek

(Dit is de Nederlandse vertaling van de 'Ordination Address' die ik ten gelegenheid van mijn rabbinale wijding op 7 juli 2013 heb gegeven).

Wijdingspreek 7 juli 2013 
Rabbijn Esther Hugenholtz 

Hoe pas je een reis van twintig jaren dromen, tien jaren voorbereiding en vijf jaar studeren aan een rabbinale opleiding in een preek van 600 woorden? Op een talmoedische manier, natuurlijk, door het vertellen van een verhaal – of door het voorlezen van een stukje uit een hele oude brief. 

“Utrecht, 26 Juny 1823 Lieve! 
Beste Schat! Ik hebbe op den biddag met veel hulpe mogen prediken over Hozea 11:9 ik ben God en geen mensch: Daar Coll. Smith, Profr. Heringa en Merens over mij predikten, had ik in vergelijking een klein gehoor, gel. ik ook in de collecte de minste aller broederen was… mogt het mij maar ootmoedig voor God en menschen maken!” 

Dit was een brief van mijn betovergrootvader Petrus Hugenholtz aan zijn geliefde vrouw, Christina. Hij is een van mijn directe voorouders in de mannelijke lijn, geboren in 1766, en een schakel in een lange traditie van protestantse dominees van de familie Hugenholtz. Deze 250-jarige familietraditie begon in 1718 toen de eerste Hugenholtz gewijd werd – een traditie die ik met trots weer oppak en voortzet. 

Door te preken over de goddelijkheid in plaats van de menselijkheid van God in het bijbelboek Hosea, legde mijn betovergrootvader het fundament voor mijn eigen reis in zowel het jodendom als het rabbinaat. Het is verleidelijk om te denken dat ze bijna joods waren – ik maak alleen maar de klus af! 

Wij zijn allemaal op reis: mijn geliefde klasgenoten, mijn eerwaarde docenten, mijn dierbare familie en vrienden. Reizen vormen een belangrijk thema in onze joodse traditie die begon met Awraham, onze aartsvader, die opgedragen werd om zijn thuisland te verlaten in navolging van een vreemde roeping. Maar reizen kunnen niet plaatsvinden zonder richtingsgevoel en een zorgvuldig gekalibreerd kompas dat naar onze diepste waarden wijst. Ook kunnen wij onze reizen niet volbrengen zonder wind in onze zeilen of het anker dat ons verankerd in de menselijke relaties die ons kracht geven. 

Mijn richtingsgevoel is geworteld in geschiedenis: die van mijn familie, van mijn eigen verhaal en die van mijn joodse gemeenschap. Of zoals Bob Marley zong, ‘we know where we’re going, we know where we’re from.’ Dit diepe weten – op cognitief en existentieel niveau – is wat ons focus biedt. Tegelijkertijd waren het mijn dierbaren die de wind in mijn zeilen bliezen zodat ik verder kon gaan. Wij reizen nooit alleen. 

De Talmoed in traktaat Ketoebot 63a vertelt het verhaal van hoe de geleerde en vrome Rabbi Akiva op zijn hoge positie terechtkwam. Dit werd bewerkstelligd door zijn vrouw Rachel die hem 24 jaar lang naar de Beit Midrasj (het leerhuis) stuurde. Het was haar bescheidenheid, liefde en visie die hem de kracht gaf om door te gaan. Toen Rabbi Akiva terugkeerde met 24.000 leerlingen in zijn kielzog knielde hij voor zijn vrouw die zoveel had opgeofferd en kuste haar voeten en sprak, ‘sheli v’shelachem, shelah hu’ – ‘wat van mij is en wat van jullie is [zijn leerlingen] is van haar.’ 

Mijn dierbare man heeft ook vele offers gebracht zodat ik deze reis kon afmaken. We hebben in totaal vier jaar zonder elkaar moeten leven. Hij geloofde in mij terwijl ik deze reis ondernam met onze gedeelde kompas. Net zoals mijn betovergrootvader Petrus Hugenholtz heb ik mijn man vele brieven geschreven tijdens mijn rabbijnenopleiding. En net zoals hem zeg ik, ‘lieve, beste schat, wat van van mij is, is van jou.’ 

Hoe kan ik zo’n reis en al mijn gevoelens van dankbaarheid in zo’n kleine ruimte passen? ‘Kosi revayah’ – mijn beker stroomt over (Ps. 23:5). Moge ik ootmoedig [nederig] blijven tegenover God en de mens terwijl ik de weg van mijn voorouders volg en mijn gemeenschap dien, vertrouwende op dezelfde woorden van Hosea dat ‘de Heilige God met ons is en dat wij in Zijn weg zullen lopen.’ (Hosea 11:9-10). In de woorden van rabbijn Leo Baeck: ‘onze God wacht op ons.’ 
Moge dat Zijn wil zijn - Ken yehi ratzon.

Friday, August 3, 2012

De verplichting van bevrijding

'Pink Shabbat', Gay Outreach Dienst 3 augustus 2012 – Beit ha’Chidush 
Rabbijn i.o. Esther Hugenholtz 

Parasjat V'etchanan - De verplichting van bevrijding

Kort nadat ik in 2008 in Los Angeles aan de rabbijnenopleiding begon brak de strijd rond ‘Prop Eight’ (Proposition Eight) los: het betrof een referendum voor het verbieden van het huwelijk voor mensen van gelijk geslacht. Op mijn opleiding was de stemming eensgezind: iedereen was tegen Prop Eight. We hingen campagneposters op in de ramen van onze appartementen en keken vol vertrouwen naar de datum van het referendum. In het progressieve Californië zou de meerderheid van de bevolking tegen het homo-onvriendelijke voorstel stemmen, toch? 

Toch uitte één studiegenoot, een goede vriend van mij, bezwaren. Hoewel hij absoluut het recht erkende van homo’s om relaties met elkaar aan te gaan, vond hij als rechtgeaarde en tikkeltje conservatieve ‘Midwesterner’ toch dat het huwelijk iets was tussen man en vrouw. Ik besloot meteen mijn tegenargument vanuit een onverwachte invalshoek te formuleren… 

Ik moet namelijk iets bekennen. Ik ben heel erg gelukkig, heel erg burgerlijk, heel erg heteronormatief getrouwd. Sterker nog, ik ben deze maand vijf jaar geleden in deze sjoel getrouwd. Ik vind het huwelijkse bestaan heerlijk en betrap mijzelf regelmatig op gelukzalig truttig gedrag (denk aan Ikea bezoekjes met manlief). En ik schaam mij er niet voor – in mijn persoonlijke beleving is het huwelijk een prachtig instituut van verbond en heiliging, van liefde, trouw en respect. Hoewel ik de redenen om sceptisch of zelfs afwijzend tegenover het instituut huwelijk te staan begrijp en respecteer blijf ik er een groot pleitbezorger van. 

‘Geloof jij in het heiligheid van het huwelijk?’ vroeg ik hem. Mijn vriend beaamde dat enthousiast. Ik vervolgde: ‘Juist omdat ik in het huwelijk geloof, geloof ik in het homohuwelijk. Die diepe voldoening van de hechte en heilige huwelijkse band, de rechten en privileges van het huwelijk zijn dingen waar mijn homoseksuele broeders en zusters net zo veel recht op hebben als jij en ik. Iedereen die gelooft in ‘family values’ zou hiervoor op de barricade moeten staan!’ 
Het gaf hem te denken. 

Het idee dat ieder mens heiliging kan vinden en dat bevrijding niet alleen rechten maar ook plichten met zich meebrengt is heel joods. Sterker nog; het huwelijk wordt vaak gebruikt als metafoor in Tora om de emancipatie en de verbondsgedachte tussen God en het Joodse volk tastbaar te maken. Tijdens het geven van de Tien Uitspraken, aldus de Midrasj, was God de Bruidegom en Israël de Bruid (ja, ook de Tora kan gender-queer zijn!) en de Tora zelf de ketoeba, de huwelijksakte. Ook in de relatie tussen de Eeuwige en de mens staan liefde, trouw en heiliging centraal. 

De parasja van deze week – V’etchanan – sluit goed bij dit thema aan. De lange en bitterzoete reis van Mosjé komt ten einde en hij weet dat hij het Beloofde Land niet in mag omdat hij het vertrouwen van de Eeuwige geschonden had. Het is zijn taak om de B’nei Jisraël aan de grenzen van het Beloofde Land te brengen opdat zij als volk verder gaan. Het is zijn taak om Israël verder te ‘emanciperen’ – hun bevrijding uit de Egyptische slavernij is pas compleet wanneer zij zich kunnen vestigen in het land, als symbool van hun waardigheid en vrijheid. De B’nei Jisraël moeten volwassen worden, verplichtingen aangaan, zich losmaken van oude trauma’s en met zelfbewustzijn het verbond met de Eeuwige bekrachtigen. Het is tijd voor hun ‘coming-out’. 

Een ‘coming-out’ is veel meer alleen dan toegeven of accepteren dat je homo- of biseksueel bent. Er zijn veel ‘comings-out’ voor vele moeilijke situaties en identiteiten, vooral wanneer er sprake is van een machtsverschil of gebrek aan sociale acceptatie. Het zijn vaak de minderheden, de kwetsbaren, de mensen die als ‘afwijkend’ worden gezien door de norm die de strijd van een coming-out moeten leveren. We kunnen er allemaal mee geconfronteerd worden. ‘Coming out’ is dan ook ‘coming into yourself’ – of zoals wij joden dat zouden zeggen, ‘lech lecha’, de Abrahamitische opdracht om ‘naar jezelf te reizen’. Ware bevrijding gaat verder dan het behalen van gelijkberechting. Het gaat om liefde en respect voor jezelf. 
De Tora zegt ‘v’ahavta larecha kamocha’ – heb je naast lief zoals jezelf en de sleutel van deze opdracht ligt in het leren houden van jezelf, in het evenbeeld van de Eeuwige, opdat je waarachter kan leren houden van de ander. 

Ook op collectief niveau geldt dit: de Israëlieten moeten leren om met liefde en respect samen te leven omdat ze het waard zijn. ‘Ki mi goy gadol asher lo Elohim kerovim elav k’Adonai Eloheinu bechol karanu elav’ (Deut. 4:7) vraagt de Tora aan ons, ‘want welk groot volk heeft een zo’n nabije God zoals de Eeuwige wanneer wij God dan aanroepen?’ Vervolgens krijgt dit kleine, vertrapte slavenvolkje het antwoord: ‘Want jullie zijn een heilig volk voor de Eeuwige. Jullie zijn door de Eeuwige uitgekozen om Zijn gekoesterde volk te zijn, gekozen uit alle volkeren op de aarde. Het is niet omdat jullie groter waren dan de andere volken dat Hij jullie lief had en uitkoos – jullie waren het kleinste van allemaal! Maar omdat de Eeuwige jullie liefhad en zich wilde houden aan wat Hij jullie voorouders had beloofd, heeft de Eeuwige jullie met sterke hand bevrijd uit de slavernij, uit de macht van de farao...‘ (Deut 7:6-8) Van reddeloze slaaf naar gekoesterde verbondspartner met de Eeuwige, da’s nog eens een ‘coming-out’! 

De Joodse traditie is een symfonie met vele stemmen – sommigen dissonant en reactionair – maar het is onze hoop en taak als progressieve joden dat de stem van inclusiviteit en rechtvaardigheid de boventoon voert. De parasja leert ons dat liefde belangrijk is – de liefde tussen de Eeuwige en Mosjé, de liefde van de Eeuwige voor de hele mensheid en de liefde die wij koesteren voor elkaar. Klinkt het hopeloos romantisch en zelfs een beetje klef? So be it, ook daar schaam ik mij niet voor. 

Liefde overwint niet alles maar wel heel veel. Helaas volgde op het referendum een bittere nederlaag voor de Californische homogemeenschap en was de strijd nog voorlopig niet gestreden. Zoals Spreuken der Vaderen zeggen, ‘het is niet aan jou om de taak te volbrengen maar je bent ook niet ervan vrijgesteld’ (Avot 2:21). Wij kennen het recht van verbondenheid en de verplichting van bevrijding. Graag vecht ik mee. 

En die vriend van mij… hoe is het daar mee afgelopen? Hij werd gelukkig overtuigd door het argument van de heiliging en respect waar homoseksuele relaties recht op hebben en heeft tegen Prop 8 en vóór het homohuwelijk gestemd. Het Beloofde Land ligt aan de horizon maar we trekken op naar ons doel, stap voor stap. 
Sjabbat sjalom!

Wednesday, May 4, 2011

Farao in het centrum van de macht

image credit: google

Dit artikel verscheen eerder in het Pesach-nummer van Levend Joods Geloof.

Farao in het centrum van de macht

In de hagada vertelt Rabban Gamliel, een beroemde geleerde uit de Misjna, ons dat ieder van ons in elke generatie verplicht is zichzelf te beschouwen alsof hij of zij persoonlijk uit de Egyptische slavernij is verlost. Hiermee zegt de joodse traditie dat deze niet alleen draait om mooie verhalen en abstracte concepten, maar dat die ook toetsbaar hoort te zijn aan onze hedendaagse ervaringen.

In het welvarende Nederland lijkt deze opdracht moeilijk te vervullen. We leven vooralsnog in voorspoed en democratie (en moeten ons als joodse gemeenschap actief inzetten om deze waarden te bewaken). Hierdoor verwordt het gebod uit de hagada echter al snel tot een oefening in abstractie. Toch is dit jaar anders dan voorgaande jaren. De metafoor haalt de werkelijkheid in. Life imitates art, als het ware. De revoluties in de Arabische wereld laten ons zien dat ook hedendaagse farao’s verdreven kunnen worden en dat hedendaagse onderdrukten kunnen zeggen, ‘awadim hajienoe’ – ‘slaven waren wij’.
Natuurlijk schuilt er een gevaar in vergelijkingen te trekken met hedendaagse politiek. Het risico is dat de eeuwigheidswaarde van de krachtige verhalen uit de Tora en de rabbijnse traditie wordt gereduceerd tot de waan van de dag. Een ander bezwaar is dat de Tora zelf wordt gepolitiseerd. Aan de andere kant ondermijnen we het morele gezag van de traditie als wij haar inzichten, wijsheden en waarden niet toepassen op de wereld om ons heen. Wij Joden hebben immers de opdracht de wereld te vervolmaken. We kunnen het ons niet permitteren te zwijgen.
En zo zoeken we de balans tussen uitgesproken politieke stellingnamen en stilzwijgen.

Archetype - Nu we Poerim achter ons hebben gelaten, maken we ons op voor Pesach. We beginnen met de voorbereidingen, maken het huis schoon, slaan een flinke voorraad matses in en nodigen familie en vrienden uit voor de seder. Tegelijkertijd biedt het naderende Pesachfeest ons de kans om, gezien de laatste politieke ontwikkelingen, wat nader te kijken naar het archetype van farao en het corrumperende effect van absolute macht.
Het begin van het boek Sjemot blikt terug op de laatste ontwikkelingen van Beresjiet. Joseef is onderkoning van Egypte geworden en heeft door een reeks slimme en haast machiavelliaanse politieke handelingen zowel het Egyptische volk van een hongersnood weten te redden als zichzelf in het centrum van de macht weten te plaatsen. Joseef overtuigt zijn familie ervan zich in Egypte te vestigen en de nieuwe Hebreeuwse migranten lijken succesvol te integreren: ‘oew’né jisraeel par’oe wajisjretsoe wajirboe waja’atsmoe b’me’od me’od vatimalé ha’arets otam’ – ‘…hun nakomelingen kregen veel kinderen en zo breidden de Israëlieten zich steeds meer uit. Ze werden zo talrijk dat ze het hele land bevolkten’ (Sjemot 1:7).
Totdat er een ‘melech chadasj’, een ‘nieuwe koning’, opstond, die ‘Joseef niet meer kende’. De reputatie van Joseef zal de Israëlieten niet meer kunnen beschermen. De nieuwe farao voelt zich bedreigd door de talrijke immigranten en vreest dat zij zijn machtsbasis zullen aantasten. De sinistere maatregelen die farao dan neemt, knechten eerst de bevolking om vervolgens uit te monden in het vermoorden van de pasgeboren jongetjes. Wie is deze farao dat hij zulke draconische maatregels treft? En welke inzichten verschaft onze traditie in macht en (slecht) leiderschap?

Macht - Rasji worstelt al met de vraag of de ‘nieuwe koning’ daadwerkelijk een nieuw individu is of dat het de oude farao uit Joseefs dagen was. In het laatste geval, legt Rasji uit, was hij de goede daden van Joseef vergeten en deed hij alsof hij Joseef niet meer kende.
Farao is bang voor de macht van het getal. Met lede ogen ziet hij aan hoe de Israëlieten zich vermenigvuldigen (volgens Rasji met zeslingen!) Ondanks zijn absolute macht blijkt hij een onzeker leider te zijn. De geschiedenis leert dat juist zwakke leiders erg gevaarlijk en wispelturig kunnen zijn. Farao zoekt raad bij zijn raadsmannen: ‘hava nitchakma’, beraamt Farao, ‘laten we verstandig handelen’. Volgens Midrasj Tanchoema betekent dit dat farao de Israëlieten op een steelse manier de slavernij inlokte: eerst nodigde hij ze uit naast hem te werken om hen vervolgens middels opzichters tot slaaf te maken. Volgens deze interpretatie was propaganda de faraonische strategie. Eerst werd het vertrouwen van de bevolking gewonnen, om dat vervolgens op een gruwelijke manier te misbruiken.
Volgens Ramban refereert ‘hava nitchakma lo’ aan een ander politiek werktuig. Farao handelde niet als eenzaam individu, maar zocht juist raad bij zijn raadgevers en astrologen. Farao was een populist die steun zocht bij zijn adviseurs. Ramban gaat ook in op de discrepantie tussen de geboorte van Mosjé (die vanwege het faraonische decreet moest worden verscholen) en Aharon (die het ogenschijnlijk makkelijker had), en legt uit dat farao op een later moment het decreet had geannuleerd vanwege maatschappelijke druk.

Megalomaan - De traditie schetst door haar commentaren en interpretaties een interessant psychologisch profiel van farao. Hij is een leider die de onderbuikgevoelens van het volk op een cynische en zelfzuchtige wijze gebruikt. Tegelijkertijd is hij onzeker en incompetent. Hij is volledig overtuigd van zijn eigen gelijk en immuun geworden voor morele argumentatie.
Zoals veel dictators blijkt farao over een haast bovennatuurlijke overlevingskracht te beschikken en tegelijkertijd aan een megalomane persoonlijkheidsstoornis te leiden. Farao ontspringt telkens de dans en wordt steeds hardvochtiger in zijn beleid totdat hij zelfs zijn geadopteerde zoon Mosjé wil vermoorden en zich zó vastbijt in zijn eigen gelijk dat hij bereid lijkt zijn eerstgeboren zoon te offeren. Hij ‘verhardt zijn hart’ tijdens de eerst vijf plagen. Hij wil de Israëlieten koste wat het kost niet laten gaan. Hij is gaan geloven in de gevaarlijke mythe dat de ene mens meer waard is dan de ander. Hij rechtvaardigt de slavernij als economisch beleid en investeert in waanzinnige bouwprojecten in plaats van dat hij als verantwoordelijk leider oog heeft voor sociale vraagstukken. En zoals veel dictators wijkt farao niet van zijn standpunt ook al wordt zijn ongelijk empirisch bewezen door de wonderen van de Eeuwige. Als een zwart gat kent het centrum van de macht zijn eigen zwaartekracht waaruit niets meer kan ontsnappen.

Bloedprijs - In onze dagen is het ironisch genoeg het Egyptische volk zelf dat zich van zijn farao heeft ontdaan. Dapper trekken jonge democraten overal in de Arabische wereld ten strijde tegen hun zelfingenomen, moreel blinde leiders. Egyptes farao, Moebarak, gaf niet makkelijk toe, maar zwichtte uiteindelijk. In Libië zit een kwaadaardiger farao en de tijd zal leren hoe hoog de bloedprijs is van zijn macht. De actualiteiten volgen elkaar rap op: Tunesië, Bahrein, Jemen en Jordanië. Zelfs het uiterst repressieve Saoedi-Arabië en Syrië blijven volksprotesten niet bespaard.

Binnen onze joodse gemeenschap geeft het Pesachverhaal ons een intelligente en immer actuele blik in de psychologie van een dictator. Aan ons is de taak lessen te trekken uit onze eigen ‘geschiedenis’. Hopelijk kunnen wij meebouwen aan een toekomstige wereld en tijd waarin niemand meer meester of slaaf is en waarin vrijheid en democratie zoveel meer zijn dan soundbytes, slogans of propaganda. Want uiteindelijk is die hoop op ge’oela, verlossing, de achterliggende boodschap van dit bijzondere verhaal en warmbloedige feest.

Sunday, April 24, 2011

Uitstel van executie


Deze column verscheen eerder in april 2011 op Nieuw W!J.

Het was een echte politieke soap voor mij de afgelopen dagen. Ik zat zo’n beetje elk uur gekluisterd aan een computer in de bibliotheek van mijn rabbinaal seminarie. Enigszins obsessief compulsief checkte ik de websites van de grote kranten. De vraag van de week was of ik nog wel mijn kosjere kippetje kan blijven eten wat met veel liefde en respect op de Sjabbattafel placht te verschijnen.

Op initiatief van de Partij voor de Dieren (PvdD) werd een wetsvoorstel gelanceerd om het ‘onbedwelmde’ rituele slachten te verbieden. De term ‘onbedwelmd’ is op zich al een sterk staaltje Orwelliaans-populistisch woordgymnastiek. De reguliere ‘bedwelmde’ slacht is niet zo zachtaardig als de term suggereert. Hierbij word er namelijk een stalen pin door de kop van het slachtvee geschoten. Dit wil nog wel eens misgaan.

Maar in hoeverre kan men redelijkheid tegenover populisme zetten? De stellingen zijn al ingenomen en op de fora van de online-kranten vierden de reaguurders een vreugdevuur van ijdelheden. Wij joden en moslims zijn barbaars en achterlijk (en militant atheisme is filosofisch verfijnd?). Hoe durven wij onze religie aan de samenleving op te dringen? (Voor zover ik weet dring ik niemand wat op, zelfs geen kosjer biefstukje.) Als we ons niet willen aanpassen dan moeten we maar terug naar ons eigen land! (Ik zal even in mjin paspoort kijken maar ik geloof dat ik Nederlander ben.) Het moet maar eens afgelopen zijn met die religieuze onzin! Het ene ad hominem-argument na de andere onlogische redenering werden heet opgediend, overgoten met een sausje van onderbuikgevoelens gekruid met een flinke dosis hypocrisie.

Dieren slachten is nooit een plezierige ervaring, bedwelmd of niet. Dit is de de filosofische consequentie en het morele compromis dat vleeseters (ik incluis, al eet ik maar eens in de zoveel weken vlees) moeten aanvaarden. De tegenstrijdigheid is verblindend: hoeveel van die reaguurders of PvdD-adepten eten zelf kiloknallers? En wat gaat onze overheid doen aan de vele schrijnende misstanden in de bio-industrie? Waarom leggen we alleen maar de laatste paar seconden van het dierenleven onder de loep en kijken we niet naar hoe het dier geleefd heeft?

Volgens de Tora (zie Numeri 16) was de eerste populist Korach. Korach wilde Mozes’ leiderschap omver werpen en zichzelf als leider installeren. Hij probeerde de Israëlieten te overtuigen met een typisch populistisch verhaal: "volg mij en ik geef jullie gelijkheid". Maar zijn echte intenties verraadde hij niet. De echte intenties rondom deze campagne krijgen wij ook niet te horen. Het gaat niet (alleen) om dierenwelzijn. Het gaat om dwingende assimilatie. En ik ben bang dat het ook gaat om islamofobie, en zelfs een beetje om latent antisemitisme. Dit soort beschuldigingen uiten is riskant, maar zwijgen terwijl onze meest fundamentele vrijheden geslachtofferd worden is nog gevaarlijker.

De kamer zal stemmen. Wij hebben even uitstel van executie. Het is tijd voor ons moslims en joden om solidair met elkaar te zijn en na te denken over hoe we een positief geluid kunnen laten horen. Zouden we onze eigen eco-kosjere of halal slachthuizen kunnen opzetten? Lammetjes dartelend in de wei, koeien tevreden grazend, kippetjes naar hartelust tokkelend in de buitenlucht. En dan op een humane en religieus-correcte manier geslacht.

Het enige tegengif tegen populisme is vrijheid en sociale rechtvaardigheid. En laat dat nou toevallig de religieuze opdracht zijn van al die ‘rare gelovigen’. Met Gods hulp. Amen.

Sunday, March 27, 2011

Vrijdenkersmiddag bij Remonstrantse Gemeente Vrijburg



Vandaag een korte maar enerverende interreligieuze middag gehad bij de Vrijdenkersmiddag van de Remonstrantse Gemeente Vrijburg. Drie sprekers, theoloog Ruard Ganzenvoort, islamitisch zakenman Tamim Chebti en ik spraken over het thema 'Vrijheid'. Mijn insteek was gebaseerd op het Pesach verhaal waarin vrijheid en verantwoordelijkheid elkaar snel opvolgen. Disclaimer: op de folder en website werd vermeld dat ik rabbijn ben, hetgeen niet waar is. Ik ben natuurlijk slechts nog 'in opleiding'!

Vrijdenkers Bijeenkomst Vrijburg

Vrijheid Blijheid?

‘Vrijheid blijheid’. Deze slogan uit de jaren zeventig lag decennialang aan de basis van de zelfperceptie van onze samenleving. Hoe vaak moesten wij Nederlanders (niet zonder gepaste trots, overigens) wel niet van bewonderende buitenlanders vernemen hoe ‘vrijzinnig’ ons land was?

Toch voltrekt er op dit moment een kentering. De waarden die wij lang voor lief namen staan op losse schroeven. Vrijheid van godsdienst. Vrijheid van meningsuiting. Tolerantie. Wederzijds respect. Maar ook de vrijheid om toegang te hebben tot betaalbaar onderwijs of gezondheidszorg. De vrijheid om te durven geloven in een optimistisch mensbeeld. En over de grenzen, slechts een paar uur vliegen bij ons vandaan, worden dierbare vrijheden op expliciete en schrijnende wijze met de voeten getreden.
Tegelijkertijd lijken we vrijer dan ooit. Door sociale media twitteren, facebooken en smsen we vrijelijk. We geven publiekelijk uiting aan onze innerlijke gevoelens (denken we) terwijl we genieten van een levensstijl waar onze voorouders slechts van hadden kunnen dromen.

Deze tegenstrijdige uitingen van onvrijheid en vrijheid geven ons te denken wat vrijheid in de essentie betekent.

De Joodse traditie erkent twee soorten vrijheid: een negatief geformuleerde vrijheid en een positieve geformuleerde vrijheid. Deze categorisering vindt ook weerklank bij 20ste eeuwse denkers zoals Isaiah Berlin en Erich Fromm. De eerste soort schept de voorwaarde voor de tweede soort. Negatief geformuleerde vrijheid is de ‘vrijheid van’, het soort vrijheid dat op dit moment met bloed, zweet en tranen in het Midden Oosten (en elders ter wereld waar de media minder over rapporteert) wordt bevochten. Positief geformuleerde vrijheid is de ‘vrijheid tot’, het soort vrijheid dat verplichting en verantwoordelijkheid schept, zoals de morele en democratische verplichting om naar de stembus te gaan in of de persoonlijke verplichting om middelen tot zelfontplooiing ten volste aan te grijpen.

In de Tora worden beiden vormen van vrijheid en hun consequenties besproken. Dit archetypische leitmotief, dat zich voornamelijk in het Pesach verhaal maar ook door de gehele Pentateuch manifesteert, komt het meest expliciet tot uitdrukking in het boek Sjemot (Exodus). Het Joodse volk wordt collectief tot slaaf gemaakt door Farao in Egypte. De Tora beschrijft hoe, stukje bij beetje, vrijheden werden afgenomen. Eerst werd men gedwongen tot zware arbeid, vervolgens moest men bakstenen zonder stro produceren en tot slot nam Farao het gruwelijke besluit om alle Joodse jongetjes in de Nijl te verdrinken. De knoet van de onvrijheid trof de Israëlieten steeds harder. Tegelijkertijd was ook Farao onvrij. Ondanks zijn weelde en macht liet hij zich regeren door angst. Hij vreesde dat het groeiende Joodse volk zijn machtsbasis zou aantasten. Uiteindelijk kwamen beide groepen – de Israëlieten en de Egyptenaren – in een impasse vast te zitten die alleen doorbroken kon worden door een man die zich vrijmaakte van de conventies van zijn opvoeding en ideeënwereld: Mozes.

Hoe het verhaal verder loopt is veelal bekend. Mozes leidt de Israëlieten uit de Egyptische slavernij weg, de woestijn in. De woestijn spreekt tot de Bijbelse verbeelding. Het is een niemandsland dat de mens de mogelijkheid geeft om tot wasdom te komen in relatie met het Goddelijke. Het is dan ook niet vreemd dat het Joodse volk de woestijn in wordt genomen om daar, zeven weken na de uittocht uit Egypte, de Tora aan de voet van de berg Sinaï te ontvangen. Dit waren niet twee losse incidenten in de mythische geschiedenis van de Tora maar juist nauw met elkaar verweven. We bewegen ons nu van negatieve vrijheid naar positieve vrijheid.

Wat gebeurde er aan de voet van die mythische berg? Rabbijnse commentatoren vroegen zich het zelfde af en er bestaan ook veel midrasjiem (rabbijnse vertellingen) over. Eén zo’n vertelling illustreert het begrip ‘negatieve vrijheid’ op prikkelende wijze. Volgens deze legende tilde de Eeuwige de berg Sinaï op boven de hoofden van het Joodse volk en dwong hen te kiezen voor het sociaal en religieus contract van de Tora. Zouden ze het ‘aanbod’ weigeren, dan zou de Eeuwige hen verpletteren onder de berg. Het is niet een zachtaardig beeld wat tegen onze moderne en vrijzinnige opvattingen instrijkt. Tegelijkertijd spreekt er ook eerlijkheid uit: onze levens bestaan uit keuzes die zware consequenties meedragen. Soms is het goed om die consequenties te vrezen. Angst hoeft ons niet te verlammen maar kan ons wel bewust maken van de kwetsbaarheid van onze vrijheid.

Andere rabbijnse vertellingen zijn gelukkig milder gestemd. Hierin wordt de Eeuwige als een tedere minnaar voorgesteld die Zijn bruid Israël het hof maakt. De Tora, geschonken op het symbolische huwelijk van God en Israël tijdens de openbaring op Sinaï, fungeert als huwelijksakte. In deze parabel kenmerkt het begrippenkader zich door liefde en verbintenis. Een positieve vrijheid betekent een positieve keuze voor de waarden en relaties die we koesteren.

Als ‘vrijzinnige denker’ zou ik graag de knuppel in het hoenderhok willen gooien. Van mening verschillen is een goede Joodse eigenschap! Het archetype van de Tora is nog altijd actueel. De ‘vrijheid blijheid’ van de jaren zeventig was nodig: oude machtsstructuren moesten worden gedeconstrueerd en zonder die bevochten vrijheden zou ik hier niet staan als vrouwelijke rabbijn-in-opleiding. Dagelijks ben ik dankbaar voor de strijd die geleverd is en pluk ik daar de vruchten van.

Toch is ‘vrijheid blijheid’ slechts het halve verhaal. Echte vrijheid is een veel dynamischer fenomeen. Echte vrijheid verplicht ons, schept nieuwe verantwoordelijkheden en uitdagingen.

Wij zijn niet uit slavernij bevrijd om vervolgens slaaf te worden van nihilistische impulsen maar juist om waardigheid en verbondenheid te vinden in het dienen van idealen die groter zijn dan onszelf. Laten we dan vooral geluk en liefde vinden in het verdedigen van de grenzen van deze vrijheid. Vrijheid is een convenant dat we met elkaar moeten sluiten zodat we oprecht ‘vrijheid kunnen afkondigen in het land voor al haar bewoners’ (Lev. 25:10).

Sunday, March 20, 2011

Alles op z'n kop


Deze column verscheen eerder in maart 2011 op Nieuw W!J.

Ik moet blij zijn maar het wil niet zo lukken. Morgenavond begint Poerim, het vrolijke joodse ‘carnaval’ waarin de boekrol Esther wordt gelezen, we ons verkleden en stomdronken worden: dit alles ter viering dat ‘we’ het weer een keer overleefd hebben.

Zoals bij veel carnavals worden tijdens het Poerimfeest de gezagsverhoudingen op z'n kop gezet. In het bijbelverhaal weet de joodse koningin Esther het genocidale plan van de kwade Haman te torpederen en redt zij daarmee haar volk. Met Haman loopt het minder goed af. Hij komt te bungelen aan de galg die hij had opgezet om zijn snode plannen mee uit te voeren.

Op Poerim volgt een aantal weken later het Pesachfeest waarin we de uittocht uit de Egyptische slavernij herdenken. Ook hierin worden de genocidale plannen van een dictatoriale snoodaard - farao - gedwarsboomd. Ditmaal is dat de held Mozes. Farao wilde alle pasgeboren Hebreeuwse jongetjes verzuipen in de Nijl. Ook hier verricht het lot een ironische salto: als straf voor zijn halsstarrigheid om het joodse volk vrijheid te geven, komen de Egyptische eerstgeborenen om het leven door de dwingende hand van de Engel des Doods. Het rechtvaardigheidsgevoel in de oudheid was niet altijd verfijnd maar wel effectief. De onderste steen komt boven.

Dat het met mijn humeur niet zo best is, komt omdat mijn rechtvaardigheidsgevoel wordt ingehaald door de realiteit. Hamannen en farao’s zijn er vandaag de dag nog volop. Echter zonder de garantie dat het recht zegeviert. Gaddafi offert zijn volk op het altaar van zijn eigen macht. Een nieuwe oorlog dreigt. Het Japanse volk is in een nachtmerrie van bijbelse proporties gestort: eerst een aardbeving, toen een tsunami, daarna sneeuw met tot slot de dreiging van een nucleaire ramp. Wat de rol en de reactie zijn van de Japanse overheid zal de tijd ons leren. Wat wel toetsbaar en reëel is, is het onherroepelijk menselijk lijden.

De wereld staat op z'n kop. Door politieke en werkelijke aardverschuivingen. Het landschap zal worden geherdefinieerd. Maar hoe zullen de gezagsverhoudingen zich herschikken? Krijgen we straks een tweede Irak of een tweede Tsjernobyl? God verhoede het. Welke schandalen worden er straks in de doofpot gestopt omdat de waarheid te gruwelijk is? Welke mensenrechten worden straks geofferd in naam van het gezag? Is het echt zo dat Tokyo nauwelijks bedreigd wordt door stralingsgevaar? En zal de Libische democratie zegevieren na het instellen van de no-fly zone? Ik hoop vurig dat mijn cynisme misplaatst is. Maar datzelfde cynisme ontspruit aan de wetenschap dat het echte gezag – van overheden en banken – hun eigen morele gezag met voeten treedt.

Het is aan ons om de wereld weer rechtop te zetten. Wij zullen het morele gezag moeten herstellen en de nieuwe breuklijnen definiëren. We moeten ons de vraag stellen wat wij belangrijker vinden: het gezag van macht en belang of het moreel gezag van solidariteit en medemenselijkheid?

Ik ga zaterdagavond naar het Poerimverhaal luisteren. De mooie Esther maakt een dappere keuze en het goede overwint. Nu nog de stap maken van sprookje naar werkelijkheid.

Monday, February 21, 2011

Reset-knop

Deze column verscheen eerder in februari 2011 op Nieuw W!J.

"Je bent goed van vertrouwen!" Is dat een compliment of een verkapte vorm van kritiek? Vertrouwen associëren we in principe met positieve emoties. We durven een sprong in het diepe te nemen. Vertrouwen smeedt relaties, brengt gemoedsrust en schept een solide basis voor een optimistisch wereldbeeld.

Toch krijgt het woordje ‘vertrouwen’ voor mij steeds vaker een bittere bijsmaak. Wie kun je tegenwoordig nog vertrouwen? Ooit liep ik als student culturele antropologie stage in de Achterhoek (jawel, heel exotisch!). Aangenaam verrast was ik dat men daar de achterdeur van het huis nog steeds niet op slot doet. Tegelijkertijd vond ik dit als doorgewinterde randstedeling ook een beetje naïef. Op microniveau is zulk cynisme een vorm van zelfbescherming. 'Vertrouw op God maar zet je fiets op slot.'

Op macroniveau kan een gebrek aan vertrouwen schadelijker zijn. Een ander oudhollands spreekwoord is: ‘Wie goed doet, goed ontmoet’. Maar voor deze basis hebben we wel vertrouwen nodig. We vertrouwen elkaar niet meer. Helaas is dit op politiek niveau vaak terecht. Als burger wordt ons vertrouwen dikwijls beschaamd. Transparantie eisen van de ondoordringbare instituties van de macht is een van de grote gaven van de moderne democratie. Maar wat betekent het om als politicus of economisch leider niet meer vertrouwd te worden? Het gevaar dreigt dat leiders zich gaan richten naar het lage verwachtingspatroon van de burger. Zonder vertrouwen is er geen accountability. Wanneer wij onze leiders wantrouwen, durven onze leiders ons niet meer in vertrouwen te nemen. Want eerlijkheid is dan een nagel aan de doodskist van je politieke carrière.

Hoe verfrissend zou het zijn als we elkaar weer vertrouwden en niet elk persoonlijk falen tot een politiek schandaal zou worden uitgemeten? En dat we elkaar tegelijkertijd kunnen afrekenen op onze daden? Ironische genoeg kunnen we lering trekken uit twee globale incidenten die voortkwamen uit een ultiem politiek wantrouwen: Wikileaks en de Arabische revoluties. Julian Assange van Wikileaks wordt alom verguisd of geprezen. Was de man onverantwoordelijk door zoveel gevoelige informatie openbaar te maken of is hij een held die corruptie en machtsmisbruik aan de kaak stelt? Is hij een vrouwonvriendelijke verkrachter die zich verschuilt achter een ideëel masker of is hij een willoos slachtoffer van een politiek complot? Hetzelfde geldt voor de omwentelingen in het Midden-Oosten. Luidt de Egyptische revolutie een nieuwe dageraad van pan-Arabische democratie in of tuimelt de wereld in de steeds sterker wordende greep van de politieke islam? Worden wij geïnspireerd door de dappere activisten die traangas en kogels trotseren of kijken wij afgestompt naar beelden van ontredderde demonstranten die een gevaarlijk politiek vacuüm creëren?

Ik ga geen antwoorden geven op deze vragen. Wikileaks en de Revolutie van 2011 geven ons namelijk een unieke kans. De reset-knop wordt ingedrukt, de lei wordt schoongeveegd. Wat als wij met nieuwe ogen kijken naar de recente ontwikkelingen en we elkaar vertrouwen schenken? Als dat vertrouwen toch geschaad wordt, dan hebben we het recht om elkaar daar op aan te spreken. Het mooie daarvan weer is dat er toch een dialoog ontstaat. Relaties smeden dus, want dat is de sleutel naar verandering!

Tuesday, February 8, 2011

'Suske en Wiske en de Lernende Leraren'

images from talmudcomics.net


Soncino Press, Adin Steinzalts en Schottenstein (Artscroll Press) hebben allen iets gemeen: ze hebben een grote bedrage geleverd in het toegankelijk maken van de Talmoed voor een breder publiek. Soncino vertaalde de tekst in statig engels, Adin Steinzalts vertaalde de Talmoed in modern iwriet en opende daarmee de deuren van de tekst voor miljoenen israeli's en de Schottenstein editie is een prachtige uitgave waarin de engelse en de hebreeuws/aramese teksten van de Vilna editie geintegreerd zijn. Alle drie de uitgaven zijn aan te raden voor de beginnende Talmoed student.

Voor wie echter in plaatjes denkt, is er ook de Talmoed in stripvorm. Ja, u leest het goed: in stripvorm. Zoiets als 'Suske en Wiske en Lernende Leraren' maar dan anders. Een vriendin van mij, Yonah Medbh Lavery-Yisraeli is een voltijd Kollel-studente aan de Conservative Yeshiva te Jeruzalem en kunstenares. Op haar website, Talmudcomics.net kan men haar werk vinden.

Yonah's strips zijn geen strips in de klassieke zin des woords, eerder een soort 'graphic novels'. Ook losstaande illustraties kunnen op haar site gevonden worden. Haar stijl is een prikkelende, anachronistische combinatie van 'modern-met-Chazal-chique'. Yonah's Talmoedische rabbijnen dragen soms jeans en een keppeltje of andere hedendaagse mode met elementen van de historische dracht van de Oudheid er in verwerkt. Yonah speelt bewust met deze anachronistische associaties om de lezer te laten nadenken over de verhouding tussen de moderniteit en de wereld van de Talmoed.

Veel van onze vertrouwde rabbijnen passeren de revu. Rabbi Meir, Rabbi Yochanan, Avtalyon en Shemaya, Rabbi Shimon bar Yochai onder zijn Johannesbroodboom, Raba en Abaye maar ook Beruria, de wijze en bedachtzame vrouw van Rabbi Meir die haar kinderen verloor door ziekte.



R'Shimon bar Yochai onder zijn Johannesbroodboom


Behalve portretten van Chazal (de rabbijnen uit de Talmoed) kan men ook stukken van traktaten vinden, waaronder het 'beginnerstraktaat' Berachot en delen van Ta'anit.
Yonah maakt ook illustraties en schilderijen van gebeden, rituele voorwerpen en joodse feestdagen. Tevens heeft zij haar eigen blog. Met blogposts geeft de artieste tekst en uitleg over haar werk en worden toekomstige projecten uitgewerkt.

Yonah's werk is dubbel origineel. Ten eerste is het origineel om delen van de Talmoed in stripvorm af te beelden. Ten tweede is haar methodiek origineel. Yonah is enerzijds trouw aan de traditie en leeft joods-religieus. Anderzijds is ze een moderne, niet-Orthodoxe vrouw die er niet voor schroomt om het spanningsveld tussen traditie en moderne vraagstukken op te zoeken. De vrouwen in haar Talmoed strips zien er modern uit, met onbedekt haar. Ze spreken en denken. Haar rabbijnen zijn jeugdig en dynamisch. Ze speelt ook met gender en seksualiteit. Hierdoor ontstaat er een soort 'Droste-effect'. De Talmoed zelf schroomde niet om moeilijke discussies aan te gaan en Yonah eert de moed van Chazal door het zelfde te doen.

Kortom, lezen dus. En mocht u de tekst van de Talmoed er zelf bij willen pakken, dan kan dat ook. Doordat de rechten op de Soncino Talmoed verjaart zijn kunt u op deze website bijna de gehele Sjas (sjisja sedarim; de 'zes orders' van de Misjna, een benaming voor de gehele Talmoed) downloaden. Als PDF, met de engelse tekst. (Voor de hebreeuwse/aramese tekst van de Talmoed online, klik hier en hier).

Ik denk dat Chazal het alleen maar fantastisch had gevonden: een vrouwelijke illustrator die de verhalen nieuw leven inblazen en het Internet die de tekst voor iedereen toegankelijk maakt. Ze hadden er vast een levendige makhloukes (discussie, meningsverschil) over gehad. Lernt u mee?

Sunday, January 30, 2011

Gezellige pixels




Wat hebben een gereformeerde 'gezinsmanager' van tien kinderen in de Bijbelgordel en een geëmancipeerde rabbinaal studente in Londen met elkaar gemeen? Niet zo heel veel.

Behalve een gedeelde interesse in gezellige (en nuttige) huiselijkheden.

Teunie, moeder en fulltime huisvrouw is een blogster en schrijfster. Ik ontdekte haar blog via een artikel in Trouw. Teunie's blog, 'Eenvoudig Leven' geeft de lezer een hypermodern kijkje in een ouderwetsche keuken.

De charme van Teunie's blog is de sfeervolle toegankelijkheid waarmee ze schrijft in combinatie met nuttige en leuke huishoudelijke tips. Teunie blogt eerlijk en onbevangen over haar leven en heeft plezier in haar baan als huisvrouw. Haar stukjes kennen een vrolijk-nuchtere Hollandse inslag en hoewel het voor de lezer duidelijk is dat Teunie orthodox-christelijk is wordt dit nergens aan de lezer opgedrongen.

Teunie begon ooit haar blog om tips voor 'eenvoudig leven' te delen. Als moeder van een voetbalelftal heeft ze hier ruimschoots ervaring in. Veel van Teunie's tips stammen uit grootmoeders tijd en zijn zowel creatief en logisch (zelf groenten wecken, broodbakken en producten hergebruiken). Ze geeft recepten van echte Hollandse kost (bietjes in zoetzuur), ideeën hoe het huishouden te organiseren (een houtoven aangesloten op de cv) en klustips (zelf wasmiddel maken). Haar enthousiasme werkt zó aanstekelijk dat ze een waar netwerk aan gelijkgestemden en geïnteresseerden heeft opgebouwd die elkaar steunen en spullen met elkaar uitruilen. Eenvoudig leven begint haast een echte 'community' te worden.

Op een dieper niveau ben ik onder de indruk van Teunie's oprechtheid. Ze verbindt haar geloof met naastenliefde en duurzaam leven. Ze zoekt voldoening in het eenvoudige en het geluk in het grotere verband. Haar missie is om bewust in het leven te staan en zorgvuldig met het milieu om te gaan kan ik alleen maar toejuichen. En bovendien, wie vind het niet leuk om weg te dromen bij een 'nostalgisch' weblog?

Zet dus een fijne pot thee, pak de pan met piepers en de dunschiller en lees. Er zit veel verborgen wijsheid in een eenvoudig (en tevreden) leven.

Tuesday, January 25, 2011

Parashat Vayechi

Deze d'rasha was geschreven voor Sjabbat Vayechi en moest op 18 december 2010 gegeven worden bij Beit ha'Chidush te Amsterdam. Helaas was dit niet mogelijk door reis- en weersomstandigheden en stel ik de d'rasha zo ter beschikking.

Bereisjit 50:17 – 26, Parasjat Vayechi

Tot wasdom komen

Het einde van het begin en het begin van het einde. Ze vloeien in deze parasja, Vajechi, moeiteloos in elkaar over. Geruisloos als een schaduw bekruipt de Egyptische slavernij de Israëlieten. Vajechi is het slotakkoord van de veelstemmige en tegelijkertijd dissonante symfonie van het boek Beresjiet (Genesis) voordat er een nieuwe aanhef plaatsvindt in Sjemot (Exodus).

Het einde van het begin is ook het einde van het einde. Voor Josef, althans. Josef, de kleine jongen met de grote dosis gotspe. Wij maken Josef maar liefst dertien hoofdstukken mee en bespeuren al snel irritatie bij onszelf. Wie is die jongen met zijn brutale dromen? Intens gewenst door zijn gefrustreerde moeder, voorgetrokken door zijn vader en gehaat door zijn broers is hij het toonbeeld van het disfunctionele gezin. Hij is de opsomming van een proces dat al door Awraham in gang is gezet; een familie op zoek naar zingeving en zichzelf maar verscheurt door verwachtingen en verlangens. Josef erfde de trauma’s van zijn streberige vader Jaäcov, zijn grootvader, de zwijgzame Yitzchak en zijn overgrootvader, de gedreven Awraham. Dit familieleed lijkt het elke generatie sterker te worden. Josef’s karakter is verworden tot een concentraat; emoties, talenten en zwakheden uitgelicht en uitvergroot. Awraham streeft een visie na, Jaäcov is ambitieus en Josef ijdel. Ook de broedertwisten lijken intenser te worden: Jisma’eel en Yitzchak gaan elkaar verstandig uit de weg om uiteindelijk toch hun vader samen te begraven. Esav en Jaäcov hebben een openlijker conflict dat ook meer herstelwerk vereist. Josef en zijn broers spannen de kroon. Als een echo van Kaïn en Abel proberen de broers Josef te vermoorden. De gespletenheid en wraakzucht zijn compleet.

Het ochtendgloren komt na het duisterste van de nacht. Het einde opent een nieuw begin. Zo ook met Josef en zijn gebroken relaties. In de afgelopen weken hebben we met zijn saga mee kunnen voelen. Zou hij zijn broers kunnen vergeven? Zou er een tikkoen, een herstel, plaats kunnen vinden? Het scenario is al even intens gekleurd als Josef’s mantel: de machtige onderkoning van Egypte die de stoffige reizers in zijn paleis ontvangt. Dan breekt het licht door. In aanroeping van de Eeuwige beseft Josef dat het zo niet langer kan. Hij kan zich niet laten lijden door haat. Er is meer om voor te leven en van te houden. De broers komen tot elkaar en leven verenigd met hun vader in Egypte. Zeventien jaar lang leeft Jaäcov in Egypte met zijn zoons en zijn oogappels: Menasje en Efraïm, het eerste Joodse broederpaar dat geen twisten kent.

Het onvermijdelijke volgt. Een einde van een einde. Jaäcov zegent en sterft en laat een ambivalente nalatenschap na. De betovering lijkt verbroken en angsten herrijzen.

‘Vajaroe et Josef ki met abihem, vajomru loe jistemenoe Josef v’hasjew jasjiw lanoe et kol hara’a Asjer gamalnoe oto.’

Toen Josefs broers zagen dat hun vader overleden was, zeiden zei, ‘wat als Josef nog steeds een wrok tegen ons koestert en wraak zal nemen voor alle onrecht dat wij hem aan hebben gedaan?’ (Gen. 50:15)

De broers vallen terug in een slechte gewoonte: ze beramen achter Josefs rug om een plan. Toch zijn zij gegroeid want het plan is ‘mipnei darchei sjalom’, omwille van de vrede. Ze vertellen aan Josef een leugen om eigen bestwil. Jaäcov zou Josef opdragen om vergevingsgezind te zijn. Rabbi Elazar ben Rabbi Shimom merkt op in de Babylonische Talmoed dat het soms gerechtvaardigd is om te liegen. Mogelijkerwijs doorbreekt zo’n vertelling een emotionele impasse en toont aan dat de broers emotioneel tot wasdom gekomen zijn. Impliciet erkennen zij hun schuld en zoeken vergiffenis.
Deze woorden laten Josef, de machtige en rijke onderkoning, niet onberoerd. ‘Vajavach Josef bedabram elav’ – ‘en Josef huilde toen zij tot hem spraken . ’ De ijdele Josef is man genoeg om zijn emoties in de vrije loop te laten. Jarenlang verdriet en opluchting vloeien uit hem. Ook de broers houden het niet droog en knielen nederig voor hem neer.

Ontroerend is Josefs reactie: ‘Wees niet bang - ben ik een vervanging van God?’ Josef heeft een breder perspectief gekregen. Hij erkent dat uit het kwade het goede kan voortkomen. Hadden zijn broers hem niet in de put geworpen en als slaaf verkocht, dan was hij niet in Egypte terechtgekomen. Als onderkoning heeft hij zowel het Egyptische volk als zijn eigen familie weerstand tegen de hongersnood kunnen bieden. Pijn omgezet in daadkracht, egoisme in solidariteit. ‘Lahachajot am rav’—‘het overleven van vele mensen.’ Onderschat niet de kracht van persoonlijke transformatie.

Door boven onszelf uit te stijgen kunnen wij een positieve impact hebben op de wereld om ons heen. Tikkoen olam begint óók in onze eigen huiskamer en in de kamers van ons hart. Josef sprak ‘vanuit zijn hart’, met genegenheid—de familie blijft nu voor een laatste maal bijeen en Josef ziet zijn achterkleinkinderen opgroeien, liefdevol op zijn knieën, een echo van Menasje en Efraïm die op Josef’s kniëen zaten terwijl Jaäcov hen zegende.

En zo komt de saga tot zijn einde. Aan de glinsterende Nijl, in de schaduw van palmbomen en piramiden. De broers zijn oud en tevreden en Josef zegent zijn broers op zijn sterfbed. De God van Awraham, Jitzchak en Jaäcov zal hen herinneren en de uiteindelijke verlossing—de uittocht uit Egypte—brengen. Voordat Josef sterft wordt het joodse volk gerustgesteld. Dit is het einde van het einde maar tegelijkertijd ook het begin van het begin. Slavernij, leed, duisternis. Maar ook hoop en verlossing.

Als onze aartsvaders en aartsmoeders niet de unieke maar ook pijnlijke ervaringen hadden gehad, hadden zij misschien niet de kracht gehad om de schaduw van slavernij te overleven. Hoewel wij ook beschadigd worden door onze ervaringen worden we ook gesterkt. We worden gesterkt door innerlijke worsteling en groei, als engelen op de oever van de rivier de Jabbok. Het leven van Josef biedt ons hoop en perspectief. Hij is van ver gekomen, die kleine, ijdele, brutale jongen. Kracht, intelligentie vergevingsgezindheid, godsvertrouwen, liefde, moed—moed om kwetsbaar te zijn en om weer lief te hebben. Moge wij allemaal als Josef zijn. Niet de Josef aan het begin van het begin maar aan het einde van het einde. De Josef die tot wasdom is gekomen. Want een einde leidt altijd tot een nieuw begin.

Monday, January 24, 2011

Vertrouw op de Eeuwige

Dit artikel verscheen eerder in 2010 in 'Kerk en Israël', het blad van de Protestantse Kerk Nederland.

'Betach b’Adonai va’aseh tov'—'vertrouw op de Eeuwige en doe het goede', Psalm 37:3.

In de Joodse traditie is spiritualiteit is onlosmakelijk verbonden met ethisch handelen, aldus Psalm 37:3. Sterker nog, de hierop volgende strofe verbindt consequenties aan het voorgaande. Want alleen als men het goede doet, zal men veilig ‘in het land’ leven (Ps. 37:4). ‘In het land’ betekent volgens klassieke Joodse commentatoren niet alleen het land Israël maar ook het ‘hier en nu’. Wij Joden streven er naar om onze spiritualiteit te ‘aarden’. Daarmee aanvaarden we tegelijkertijd morele verantwoordelijkheid voor onze omgeving.

Het is dan ook niet toevallig dat Psalm 37 een kleine maar cruciale rol speelt in onze Sjabbatliturgie, namelijk in het dankgebed na de maaltijd.

Elke vrijdagavond voltrekt er zich een vertrouwd ritueel ter heiliging van de Sjabbat. De tafel is gedekt met een wit tafellaken en met het mooiste serviesgoed. Veelal is er een zilveren kiddoesjbeker te vinden. Twee challes, gevlochten Sjabbatbroden, liggen eerbiedig toegedekt op tafel. Wanneer de vrouw des huizes de kaarsen heeft aangestoken maakt het gezinshoofd (dit kan de man of vrouw zijn) kiddoesj, de zegen over de beker met wijn. Hierna worden de handen ritueel gewassen ter voorbereiding voor het ‘moutsi maken’, het uitspreken van de zegen over de challes. Het versgebakken brood wordt teder opgepakt, gezegend en daarna verdeeld onder de genodigden.

De tastbare spiritualiteit van dit moment is vervlochten met vele eeuwenoude betekenissen. Eén van de oudste betekenissen is dat de geritualiseerde Sjabbattafel het altaar in de oude Tempel voorstelt. Net zoals de priester de plengoffers en de schouwbroden bracht, heiligen wij Joden na de vernietiging van de Tempel onze ‘mikdash me’at’ (kleine tempel) thuis. De tempelcultus werd in de rabbijnse traditie getransformeerd tot een democratische en toegankelijke daad van heiliging voor en door allen.

Vervolgens schuift het gezin (en mogelijke gasten—gastvrijheid op de Sjabbat is een groot goed) aan om te genieten van een heerlijke maaltijd. Na het eten volgt het Birkat haMazon, het dankgebed na de maaltijd. Het Birkat haMazon is een tamelijk lang gebed wat op vrolijke melodieën gezongen wordt. Ondanks de feestelijkheid van de Sjabbestafel, kent het gebed een aantal serieuze thema’s die zich steeds naar een hogere mate van universaliteit bewegen. Wij danken God voor ons voedsel, voor het heilige land en uiteindelijk voor Zijn goedheid voor al Zijn schepping.

Extra wrang is het dan ook dat als allerlaatste onderdeel Psalm 37:25 wordt gezongen: “na’ar ha’iti gam zakanti, v’lo ra’iti tzaddik ne’ezav v’zar’o m’vakesh lachem—ooit was ik jong, nu ben ik oud, en nooit zag ik dat een rechtvaardige werd verlaten, nooit zag ik zijn kinderen zoeken naar brood”. Het lijkt alsof de p’sjat (de letterlijke betekenis) van de tekst suggereert dat rechtvaardige mensen geen honger lijden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Joodse traditie hiermee worstelt. De midrasjiem (rabbijnse vertellingen) proberen hier dan ook oplossingen voor te vinden. Is dit vanuit het hemelse perspectief van de engelen geschreven, die het mysterie van beloning en bestraffing begrijpen? Of gaat het juist om hoe de tzaddik (rechtvaardige) waardig omgaat met zijn lot? Verreweg de meeste stemmen in onze traditie (van oud tot modern) benadrukken de oproep tot rechtvaardigheid die in deze tekst besloten ligt. Aan ons de opdracht om er zorg voor te dragen dat niemand tot de bedelstaf wordt veroordeeld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de volgende strofe in Psalm 37 ons oproept tot daadkracht en sociale rechtvaardigheid: “hij is vol mededogen en leent uit, elke dag, voor zijn kinderen is hij een zegen.”

Zo worden spiritualiteit en ethiek op een hele elementaire manier in onze traditie met elkaar verbonden. Sterker nog: het is nauwelijks voor te stellen dat zij losgekoppeld zouden kunnen worden. Ritueel kan alleen een vat voor heiligheid zijn als het ook beantwoordt aan zijn ethische imperatief. Dat is de essentie van onze Sjabbestafel. Te midden van de meest heerlijke spijzen op ons ‘kleine altaar’ worden wij tijdens ons geluk herinnerd aan de honger en verdriet van anderen en verplicht dit ons tot het doen van het goede. Rechtvaardigheid is namelijk waarachtig godsvertrouwen.

Kol Ishah


Dit is een ouder artikel uit 2007 wat eerder verscheen in het kwartaalblad ha'Isha van de Dutch Council of Jewish Women. Het artikel bespreekt mijn studietijd (2006-2007) aan Paideia, the European Institute of Jewish Studies te Stockholm.

Kol Ishah: Joodse vrouwenstemmen uit het verleden en heden in Stockholm

Soms daalde het kwik in de Stockholmse winter tot min elf. Gewikkeld in een warme winterjas, broeken en rokken met maillots, sjaals en handschoenen, waagde ik dan ’s ochtends weer de sprong. Vlug het huis uit, de Scandinavische kou en duisternis in. Een kwartier lopen was het, van onze studentenwoning naar Paideia, het Europese Instituut voor Joodse Studies. Met verkleumde knieën kwam ik aan en warmde mijn handen aan een grote Ikea-mok thee. Vervolgens nam ik plaats in de banken. Hoe koud het ook was, wij, Paideia Fellows, vijf en twintig in totaal, verwarmde ons aan de woorden van Thora.

Vele indrukwekkende docenten passeerde de revue. Veelal Israëli’s verbonden aan de Bar Ilan Universiteit, de Hebreeuwse Universiteit, het Shalom Hartmann Institute of andere jeshievot. Elke docent bleef twee weken voor een intensieve cursus en werd dan afgewisseld door de volgende. Met een sneltreinvaart denderden wij door de Joodse tekstuele traditie: van choemasj tot Mendelsohn. En dat in tien maanden. De indrukwekkendste van deze docenten was onze eigen Scholar in Residence, Mira Balberg. Een kleine, vurige vrouw van eind twintig met een kritische, wetenschappelijke blik op de Joodse traditie. Zij doceerde Talmoed en Halacha, een ongewone maar ook hele bijzondere docente. Onder haar begeleiding namen wij zitting in chevrutot, studieparen om de tekst te fileren. Mijn favoriete onderdeel van haar materiaal was een thema cyclus over de positie van de vrouw in de Talmoedische tijd. Met de Misjna en Gemara in hand wist zij ons te prikkelen met de meest uiteenlopende, ontroerende en shockerende teksten over mannen en vrouwen in dit bijzondere tijdsvlak. Zij doceerde ons alles: kwesties over de ‘agoena’, de ‘geketende’ vrouw die geen echtscheidingsbrief kan krijgen van haar recalcitrante of overleden man, vraagstukken over ‘tznioet’, de seksuele en publieke ingetogenheid die een vrome, Joodse vrouw dient te tonen, over ‘niddah’, de wetten omtrent menstruatie en geslachtsverkeer, over de vrouw en haar vrijstelling van tijdsgebonden mitswot en over ‘eidoet’, de geldigheid van de getuigenis van vrouwen.

Maar ook spannende onderwerpen zoals hekserij in de Talmoed kwamen aan bod, en ontroerende onderwerpen zoals hoe de Talmoedische rabbijnen hun vrouwen prijzen en een lofzang afsteken over het Joodse huwelijksleven. Onze traditie werd in al haar kwetsbaarheid, schoonheid, fijngevoeligheid, seksisme en problematiek getoond. De meeste Paideia Fellows waren zelf ook vrouw. Intense discussies barstte los in onze kleine, knusse Beit Midrasj. Moesten wij de teksten verwerpen? Contextualiseren? Of er de schoonheid, als klompjes kostbaar goud, er uit filteren en laten fonkelen? De emoties liepen soms hoog op, zoals het een echte Joodse discussie betaamt. Sommige van ons waren seculier, anderen waren religieus. Sommige van ons waren uitgesproken feministisch, terwijl anderen van ons zich prettig voelde bij een meer traditionele rolverdeling.

De theorie rondom deze stof en discussie kreeg bij mij een praktische invulling toen ik mijn Paideia project moest vormgeven. Ieder van ons liep een soort ‘stage’ in de Stockholmse Joodse gemeenschap. Ik was actief als chazzaniet in de locale Grote Synagoge, een sjoel van ietwat warrige signatuur: bepaalde aspecten waren Masorti, anderen weer juist erg Liberaal. De gemeenschap was net in transitie wat betreft de positie van de vrouw en er zou een referendum plaats vinden. Moest alles bij het oude blijven met beperkte vrouwenparticipatie? Of durfde de gemeenschap een nieuwe koers in te slaan door een egalitair model te omarmen? De verkiezingen spande er om maar uiteindelijk won de egalitaire stem en kon ik verdergaan met het leiden van mijn vrolijke, muzikale Kabbalat Sjabbat diensten en met het bijdragen aan de ochtendminje.

“Kennis is Macht”, aldus sprak Sir Francis Bacon, Britse filosoof uit de 17e eeuw. En dit hebben wij, de vrouwen en mannen van Paideia, aan den lijve mogen ondervinden. Paideia, als modern, onafhankelijk en kritisch lerninstituut, hielp ons niet alleen met de kennis te vergaren maar ook met het vinden van een stem om deze Joodse kennis tot uiting te brengen. Eén van de Talmoedische morele regels met betrekking tot het gedrag van vrouwen is dat zij haar stem – de kol ishah – tot een bescheiden niveau houdt als onderdeel van haar kuise en ingetogen levenswandel. Paideia en Mira Balberg leerde ons het tegenovergestelde doen: onze vrouwenstemmen klinken nu luider en voller van vertrouwen dan ooit, gesterkt door de teksten uit onze traditie. En de symfonie die hieruit klinkt is prachtig en waarlijk een Shir Chadasj, een nieuw lied voor het Europese Jodendom.

Nieuwjaar

2011 from weheartit


Deze column verscheen in januari 2011 op de website van de 'Dag van het Jodendom', een interreligieus initiatief van de Rooms-Katholieke Kerk om binnen de Kerk een positieve visie op het Jodendom te ontwikkelen.

Buiten voltrok zich een waar een slagveld aan vuurwerk, maar binnen staken mijn man en ik in rust en vrede de sjabbatkaarsen aan. Oudejaarsavond viel dit jaar (net zoals Kerst) samen met sjabbat.

Dat er een ruime week tussen Kerst en Nieuwjaar zit is geen toeval. We kennen Oudejaarsavond, met oliebollen en champagne, voornamelijk als seculier feest. We zouden in de luide knallen van rotjes een poging van heidense oorsprong kunnen zien om de ‘demonen van de duisternis’ te verdrijven. Tegelijkertijd sluiten we onder het mom van ‘goede voornemens’ en masse abonnementen af bij de sportschool en plakken we ijverig nicotinepleisters . Toch is één van de minder bekende betekenissen van Nieuwjaar het oorspronkelijke ‘Feest van de Besnijdenis van Christus’.

In de Joodse traditie worden jongetjes acht dagen na hun geboorte besneden en doen hiermee hun intrede in het Verbond van Abraham. Dit is dan ook één van de meest belangrijke geboden uit de Tora. Jezus was als telg uit een ‘echte jiddisje misjpooche’ hier geen uitzondering op. In de katholieke traditie werd dit gegeven gehonoreerd met ‘het Feest van de Besnijdenis van Christus’ op de eerste januari. Tot de 15 e eeuw werd dit feest samen gevierd met ‘het Feest van de Heilige Naam van Christus’ omdat een Joods jongetje bij de besnijdenis meteen zijn (Joodse) naam ontvangt. Later kwam de nadruk meer op het laatste deel te liggen, waardoor de viering van de besnijdenis in de katholieke traditie steeds meer in de vergetelheid raakte. In 1960 kreeg het feest vanwege tal van liturgische hervormingen door paus Johannes XXIII een universeler karakter. In 1974 werd het de eerste januari door de Kerk uitgeroepen als ‘Dag van de Vrede’.

Toch kunnen we waarde in de symboliek van de besnijdenis vinden. In het Jodendom verbeeldt het getal zeven aardse volmaaktheid. In zeven dagen voltooide de Eeuwige de schepping en rustte Hij. Na zeven jaar verkreeg de slaaf volgens de Tora zijn vrijheid en moest landbouwgrond braakliggen om de aarde de kans te geven te rusten. En elke negenenveertig jaar (zeven maal zeven) werd het Jubeljaar uitgeroepen, waarbij de grote maatschappelijke reset-knop werd ingedrukt: schulden werden kwijtgescholden en iedereen kreeg een schone lei.

Waarom dan die besnijdenis op de achtste dag? Dit is de ‘overtreffende trap’. De mens (in dit geval, het Joodse jongetje) is ‘compleet’ wanneer hij geboren wordt, maar vind pas vervulling en lotsbestemming door de heiliging van het verbond. Acht vertegenwoordigt het transcendente en een sprankelend nieuw begin.

Het Feest van de Besnijdenis van Christus viert dus veel meer dan alleen het verband tussen Jodendom en katholicisme. De Dag van het Jodendom is een soort januskop: we kijken naar het verleden opdat we het kunnen begrijpen, maar tegelijkertijd richten we ons op de toekomst zodat we deze ten positieve kunnen beïnvloeden.

Vuurwerk en goede voornemens zijn leuk. Maar het nieuwe jaar biedt ons zoveel meer. Het geeft ons de kans om het transcendente in ons en onze tradities aan te raken. Om de goddelijke opdracht om deze wereld te vervolmaken met beide handen aan te grijpen – in zowel de kleine als de grote dingen. Van een teer baby’tje dat tweeduizend jaar geleden in een stal geboren werd tot de grootse en meeslepende visie van de Profeten van Israël die zich een wereld van eenheid, gerechtigheid en vooral heiligheid voorstelden.

Ik wens u dan ook een heel gelukkig, gezegend, inspirerend en vooral heilig 2011.

Verschil mag er wezen

church from weheartit



Deze column verscheen in november 2010 op de website van de 'Dag van het Jodendom', een interreligieus initiatief van de Rooms-Katholieke Kerk om binnen de Kerk een positieve visie op het Jodendom te ontwikkelen.

Nadat ik vorige winter in een kerk één van mijn lezingen had gehouden in het kader van de ‘Dag van het Jodendom’ kreeg ik door de diaken een privétour van het gebouw aangeboden. Als in een Dan Brown roman kropen wij op ladders en door duistere gangetjes totdat we opeens in de nok van de kerk stonden.

In eerste instantie keek ik instinctief naar beneden naar de vloer, het altaar en het kruis. Pas daarna richtte mijn blik zich naar voren, naar het koepelvormige dak. Ik slaakte een kreet van bewondering. Daar zag ik in prachtige gouden letters staan, ‘sanctus sanctus sanctus Dominus Deus Sabaoth’ en een rilling van religieuze herkenning trok door mij heen. Wanneer wij Joden als gemeenschap bidden is deze zin standaard onderdeel van onze liturgie: ‘kadosj kadosj kadosj Adonai Tsewaot melo kol ha’aretz kewodo’. ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer der Heerscharen, de hele aarde is vervuld van Zijn glorie.’ (Jesaja 6:3)

Ik was ontroerd.

Verrukt liet ik mijn ogen door de prachtige koepel dwalen, azuurblauw met gouden sterren en ik stelde mij de engelen voor die elkaar het sanctus toeroepen, zoals de profeet Jesaja beschrijft in zijn visioen. Ik richtte mijn ogen naar het hoogste deel van de koepel en zag daar een prachtige schildering van het Lam Gods. Opeens schrok ik, de herkenning was plotsklaps weer verdwenen. Het concept van het Lam Gods past fundamenteel niet in de Joodse theologie.

Een van de vragen die mij bezighoud binnen de interreligieuze dialoog is het durven erkennen van zowel verschillen en overeenkomsten. Het is gemakkelijk om enerzijds met alle goede wil van de wereld over de verschillen heen te walsen of anderzijds schichtig om te gaan met wat ons bindt. Beiden doen onze dialoog en onze tradities geen recht aan. We zijn anders—voor hele essentiële redenen—en we hoeven hiervoor niet onze excuses aan te bieden. Tegelijkertijd is blindstaren op de verschillen niet constructief en ontzeggen wij ons zelf de kans om ons oprecht te laten verrassen en ontroeren door die overeenkomsten.

De Katholieke Kerk is een wereldkerk. Ook zij zal vast en zeker dagelijks, al twee millennia lang, omgaan met diversiteit. En als goede Jood ben ik altijd in voor discussie. Onze hele Talmoedische (en ‘kerkrechtelijke’) traditie rust op de moed om het roerend met elkaar oneens te zijn. Daar is het Jodendom alleen maar humaner en leefbaarder van geworden.

Uit dit spanningsveld tussen verschil en overeenkomst kan iets prachtigs voortkomen. De engelen fluisteren namelijk niet stilletjes naast elkaar maar roepen elkaar toe, elkaar rechtaankijkend en vol zelfvertrouwen. Als wij elkaar recht durven aan te kijken en vanuit onze eigen kracht en openheid van geest elkaar durven aan te spreken, dan komen de gulden letters echt tot glans. ‘Heilig, heilig, heilig’.

Heiligheid zit altijd in de dialoog. Verschil mag er wezen maar de overeenkomsten opzoeken moet.

Sunday, January 23, 2011

Droom versus nachtmerrie

Deze column verscheen eerder in januari 2011 op Nieuw W!J.

"Socialisme of barbarij", aldus de Joods-Duitse socialist Rosa Luxemburg. Zij stelde de wereld voor deze wrange keuze tijdens de voorafschaduwing van het fascisme in het begin van de twintigste eeuw. Voor zowel Luxemburg als de vorige eeuw liep het niet goed af — zij werd vermoord door politieke tegenstanders en de twintigste eeuw werd in haar meest duistere nacht gestort.

Het is niet de bedoeling dat dit een ideologisch gekleurd betoog is over de (on)zin van het socialisme. Echter: de metafoor achter haar woorden is nog steeds sprekend. Kiezen we voor een wereld van rechtvaardigheid en broederschap of volgen we het hellend pad naar duisternis en barbarij? Wat dat betreft is de stelling van Rosa Luxemburg actueler dan ooit.

"Ik zet voor jullie de keuze voor leven en dood, goed en kwaad. Kies het leven voor jullie en je nageslacht", aldus de Tora in het bijbelboek Deuteronomium. Rosa Luxemburg had als rechtgeaarde atheïstische marxist waarschijnlijk weinig op met de Tora van haar voorouders maar de boodschap blijft hetzelfde. Waar kiezen we voor deze komende generaties?

Vroeger durfde ik lekker optimistisch te zijn. Als science-fiction fan droomde ik vroeger over een toekomst met vliegende auto’s, medische vernuftigheden en genoeg eten, zorg en onderwijs voor iedereen. Als we Mars zouden kunnen terraformen tot een groene oase en met de snelheid van licht door de Melkweg zouden kunnen reizen, ach, dan moet die wereldvrede ook wel lukken (een Eurosongfestival hit van Ruth Jacott parafraserend). Hoewel mijn hoop nog niet is vervlogen ben ik een stuk pessimistischer gestemd. In mijn generatie zijn al zoveel veranderingen en omwentelingen geweest - en meestal niet ten goede. In de jaren tachtig was het de zure regen; nu is het de klimaatverandering. In de jaren negentig waren het de Hutu’s en Tutsi’s, nu lijkt elk werelddeel wel een onblusbare brandhaard. En op een bepaalde manier is het voor mij een nog grotere deceptie om te merken dat ook de Nederlandse samenleving wordt meegezogen in een neerwaartse spiraal. Ik had mij tien á twintig jaar niet kunnen voorstellen hoe verhard en onvrij onze samenleving zou zijn, mede door toedoen van het zogenaamde ‘islamdebat’ en de terechte of onterechte angst voor terreur.

Dus waar zijn wij in 2050? Zullen we, net als in een slechte science-fiction film, leven in een apocalyptisch scenario zonder burgerlijke vrijheden met verder gepolariseerde verhoudingen tussen bevolkingsgroepen terwijl het milieu onleefbaar is geworden?

Ik hoop dat ik, zoals in de geest van Deuteronomium, een mooiere wereld kan achterlaten aan de generaties na ons. Dat we de droom kiezen in plaats van de nachtmerrie. We hebben het in Nederland eigenlijk zo goed en genoeg reden om dankbaar te zijn. Laat het dan ook alsjeblieft zo zijn dat we weer redenen kunnen hebben om optimistisch te blijven. Want de realiteit is veel spannender dan zelfs het beste verhaal.

Bitterzoete rust

candles / weheartit


Deze column verscheen in november 2010 op de website van de 'Dag van het Jodendom', een interreligieus initiatief van de Rooms-Katholieke Kerk om binnen de Kerk een positieve visie op het Jodendom te ontwikkelen.

Het regent ijzige druppels en de pepernoten liggen alweer in de schappen. Nederland maakt zich druk op voor Sinterklaas om vervolgens door te stomen naar Kerstmis en Oud en Nieuw. Ik geniet even van de rust. De Hoge Feestdagen liggen achter ons en de Joodse kalender biedt even respijt.

Deze kalender kent een ingewikkeld maar ingenieus lunisolair systeem. Dit is op zowel de maanstand (elke 28 dagen) als de wenteling van de zon (elke 365 dagen) gebaseerd. Een wiskundig trucje combineert beiden en voegt elke twee of drie jaar een schrikkelmaand toe om het verschil tussen de maanden en het jaar op te vangen. Een groot voordeel van dit stelsel is dat de band met de cycli van zon, maan en natuur intact blijft. Onze liturgie viert elke maand ‘rosj chodesj’, de vernieuwing van de maan, met speciale gebeden zoals het reciteren van de prachtige natuurpsalm 104. Tevens beginnen de meeste van onze belangrijke feesten zoals Pesach (Joods Pasen) en Soekkot (Loofhuttenfeest) met de volle maan.

En zo keek ik dit jaar reikhalzend uit naar dat dunne streepje nieuwe maan die de maand Chesjwan inluid. Chesjwan ook wel ‘Marchesjwan’ genoemd (‘mar’ betekent bitter) omdat men betreurd dat er in deze maand geen feestdagen zijn. Voor betrokken joden, echter, geeft Chesjwan ons een welkome adempauze. Dit is de tijd dat rabbijnen de kans krijgen om eindelijk hun emails te beantwoorden en hun artikelen te schrijven en dat Joodse huisvrouwen (en –mannen!) even geen uitgebreide feestmaaltijden hoeven te koken. De synagoges zijn wederom een oase van (Sjabbats)rust.

Om terug te blikken op de ‘Hoge Feestdagen’ moeten we de klok twee maanden terug zetten. We beginnen bij Eloel. Dze nazomerse maand gaat vooraf aan Rosj haSjana (Joods Nieuwjaar) en Jom Kippoer. Joods Nieuw Jaar is hele andere koek dan het vuurwerkgeweld van ‘Oud en Nieuw’ en bestaat uitsluitend uit bezinning en inkeer—tesjoewa. We bezinnen ons op onze daden van het afgelopen jaar en vragen vergiffenis van onze medemens. Dan pas kunnen we vergiffenis van de Eeuwige vragen op Jom Kippoer zelf. Tesjoewa kan je op vele manieren doen; door een goed gesprek aan te gaan, te reflecteren in een dagboek, via vrijwilligerswerk of het geven van geld aan goede doelen of middels gebed, overdenking of meditatie. Kortom, Eloel is een maand van verhoogde intimiteit tussen God, het individu en zijn of haar medemens.

Na de voorbereidende maand Eloel volgt de maand Tisjré (deze valt in september of oktober). Het begin van Tisjré is dus Rosj haSjana (Nieuw Jaar). Op Rosj haSjana blazen wij op de sjofar (ramshoorn) als oproep tot tesjoewa. De liturgie benadrukt de koninklijkheid van God. We bezinnen ons op onze sterfelijkheid en wat we voor elkaar betekenen. We eten appeltjes met honing voor een goed en zoet nieuw jaar. Tien dagen later, op de 10 e van Tisjré, culmineert deze periode in Jom Kippoer.

Jom Kippoer is het spirituele hoogtepunt van het jaar. Onze liturgie is veel rijker dan normaal en wij vasten vijfentwintig uur lang. We overdenken onze tekortkomingen en vragen de Eeuwige om vergiffenis. Het is een intense maar geen deprimerende dag. Onze traditie noemt Jom Kippoer de ‘witte vast’ omdat wij vergeven worden en onze band met God en mens vernieuwd wordt. De gemeenschap komt de hele dag in sjoel bijeen en doormaakt gezamenlijk een loutering. Uitgeput maar geestelijk gereinigd breken we na zonsondergang de vast.

Vijf dagen later, op volle maan, begint Soekkot (het Loofhuttenfeest). Dit staat ook bekend als de ‘zeman simchateinoe’, de tijd van onze vreugde. We eten in de Loofhut; een symbool van zowel onze vrijheid (het gedenkt de hutten waarin de Kinderen Israëls woonden na hun ontsnapping uit de Egyptische slavernij) als onze kwetsbaarheid. Soekkot wordt na een ruime week afgesloten met het evenals vrolijke Simchat Tora (Vreugde der Wet) waarin wij vieren dat we de Tora (en haar verplichtingen) mochten ontvangen. Men danst ongeremd met de wetsrollen en we beginnen vooraf aan met de wekelijkse Toralezing, dus gewoon bij het ‘In den beginne’ van Genesis. Net zoals de zon en de maan kent de Joodse traditie haar cycli.

En dan is het voorlopig uit met de pret. Wat volgt is dus de bitterzoete rust van Chesjwan (en pas een later in het jaar Chanoeka, Poerim en Pesach). Gelukkig heb ik dan tijd om deze column te schrijven en te genieten van niet alleen de bijzondere momenten in het leven maar ook de gewone. Want feest of geen feest, het is uiteindelijk de taak van de Jood om het alledaagse te heiligen in het hier en nu.

Joodse kerstgedachte

Deze column verscheen eerder in december 2010 op Nieuw W!J.

Mijn man en ik hebben een eeuwigdurende machloukes (meningsverschil) over kerst. Ik vind het leuk. Hij heeft er een hekel aan. Wij joden vieren geen kerst maar het is onmogelijk om je te onttrekken aan het kerstgebeuren dat de decembermaand genadeloos verovert. Hij verfoeit de commercialisering, de hypocrisie ("Opeens moet er nu wél vrede-op-aarde komen?" of: "Nu geven mensen opeens wél geld aan goede doelen?") en de opgelegde en hooggespannen (familie)verwachtingen en geforceerde gezelligheid.

Ik ben wat milder gestemd en bezie de boel door een meer (kerst)roze bril. Ik vind het eigenlijk wel gezellig. Ik geniet van de lichtjes op straat en in de bomen, de geur van dennenbomen, de lekkere hapjes bij Albert Heijn (joden zijn dol op gerookte zalm en toastjes!) en de rijkelijk versierde etalages. Ik ben geen wintermens maar het kerstseizoen maken de donkere dagen van december voor iedereen wat draaglijker. We stralen wat meer warmte en gezelligheid uit en zelfs wildvreemden wensen elkaar vrolijk kerstfeest (en ik zal dan niet als een soort joodse Ebenezer Scrooge nukkig lopen verklaren dat ik ‘geen kerst vier’ – het is een kleine moeite voor mij om iemand een vrolijk kerstfeest te wensen).

Wat ik vooral waardeer aan kerst is de intentie. Mensen doen meer hun best voor elkaar. Het huis wordt mooi aangekleed en mensen ontpoppen zich als een keukenprins of –prinses. Op tafel komt een fraai linnen kleed met gepoetst tafelzilver en men borrelt van te voren met Proscecco in sjieke glaasjes. Of zoiets. Leven met intentie maakt het leven mooier, rijker en bijzonder. Bewust zijn van de schoonheid om je heen geeft je de kans om van je leven een kunstwerk te maken en deze schoonheid met anderen te delen.

Maak van je leven een kunstwerk, vervul elke daad met schoonheid en liefde. In de joodse traditie heet dit principe: hidoer mitswa, de verfraaiing van het gebod. Dus maken wij joden de mooiste torarollen voor in sjoel en kiddoesjbekers voor het zegenen van de wijn op sjabbat. We versieren onze synagoges en huizen en proberen elk gebod en elke taak op de mooiste manier uit te voeren. In de praktijk komt dit het beste tot uitdrukking met sjabbat, de joodse rustdag. Ik bak dan het lekkerste gevlochten brood (galle), kakelvers uit de oven. Het lekkerste eten bewaren mijn man en ik voor sjabbat (gerookte zalm op toastjes wellicht). Voordat ik de kaarsen aansteek en de sjabbat inluid, kleed ik mij in mijn mooiste kleding. Een glanzende zijden rok, een bijzondere sieraad en mijn lievelingsparfum. Op tafel ligt een wit kleed en alles is netjes gedekt. Zo genieten we dankbaar van de schoonheid van de wereld om ons heen en verbijzonderen wij deze.

Toevallig wil dat kerstavond dit jaar samenvalt met sjabbesavond. Zo kan ik ‘meeliften’ op het kerstgevoel. Geen dennenboom of kerststalletje uiteraard, maar wel extra mooie kaarsjes in huis en een welriekend winterboeket op tafel. Inspiratie opdoen uit de kersteditie van de Allerhande en een lekker recept kosjer-vriendelijk maken. En dan écht genieten van de langste en donkerste sjabbesavond van het jaar.

Ik wens u allemaal sjabbat sjalom (een vreedzame sjabbat) en een gelukkige en vooral prachtige kerst!