Showing posts with label egalitarianism. Show all posts
Showing posts with label egalitarianism. Show all posts

Monday, January 24, 2011

Kol Ishah


Dit is een ouder artikel uit 2007 wat eerder verscheen in het kwartaalblad ha'Isha van de Dutch Council of Jewish Women. Het artikel bespreekt mijn studietijd (2006-2007) aan Paideia, the European Institute of Jewish Studies te Stockholm.

Kol Ishah: Joodse vrouwenstemmen uit het verleden en heden in Stockholm

Soms daalde het kwik in de Stockholmse winter tot min elf. Gewikkeld in een warme winterjas, broeken en rokken met maillots, sjaals en handschoenen, waagde ik dan ’s ochtends weer de sprong. Vlug het huis uit, de Scandinavische kou en duisternis in. Een kwartier lopen was het, van onze studentenwoning naar Paideia, het Europese Instituut voor Joodse Studies. Met verkleumde knieën kwam ik aan en warmde mijn handen aan een grote Ikea-mok thee. Vervolgens nam ik plaats in de banken. Hoe koud het ook was, wij, Paideia Fellows, vijf en twintig in totaal, verwarmde ons aan de woorden van Thora.

Vele indrukwekkende docenten passeerde de revue. Veelal Israëli’s verbonden aan de Bar Ilan Universiteit, de Hebreeuwse Universiteit, het Shalom Hartmann Institute of andere jeshievot. Elke docent bleef twee weken voor een intensieve cursus en werd dan afgewisseld door de volgende. Met een sneltreinvaart denderden wij door de Joodse tekstuele traditie: van choemasj tot Mendelsohn. En dat in tien maanden. De indrukwekkendste van deze docenten was onze eigen Scholar in Residence, Mira Balberg. Een kleine, vurige vrouw van eind twintig met een kritische, wetenschappelijke blik op de Joodse traditie. Zij doceerde Talmoed en Halacha, een ongewone maar ook hele bijzondere docente. Onder haar begeleiding namen wij zitting in chevrutot, studieparen om de tekst te fileren. Mijn favoriete onderdeel van haar materiaal was een thema cyclus over de positie van de vrouw in de Talmoedische tijd. Met de Misjna en Gemara in hand wist zij ons te prikkelen met de meest uiteenlopende, ontroerende en shockerende teksten over mannen en vrouwen in dit bijzondere tijdsvlak. Zij doceerde ons alles: kwesties over de ‘agoena’, de ‘geketende’ vrouw die geen echtscheidingsbrief kan krijgen van haar recalcitrante of overleden man, vraagstukken over ‘tznioet’, de seksuele en publieke ingetogenheid die een vrome, Joodse vrouw dient te tonen, over ‘niddah’, de wetten omtrent menstruatie en geslachtsverkeer, over de vrouw en haar vrijstelling van tijdsgebonden mitswot en over ‘eidoet’, de geldigheid van de getuigenis van vrouwen.

Maar ook spannende onderwerpen zoals hekserij in de Talmoed kwamen aan bod, en ontroerende onderwerpen zoals hoe de Talmoedische rabbijnen hun vrouwen prijzen en een lofzang afsteken over het Joodse huwelijksleven. Onze traditie werd in al haar kwetsbaarheid, schoonheid, fijngevoeligheid, seksisme en problematiek getoond. De meeste Paideia Fellows waren zelf ook vrouw. Intense discussies barstte los in onze kleine, knusse Beit Midrasj. Moesten wij de teksten verwerpen? Contextualiseren? Of er de schoonheid, als klompjes kostbaar goud, er uit filteren en laten fonkelen? De emoties liepen soms hoog op, zoals het een echte Joodse discussie betaamt. Sommige van ons waren seculier, anderen waren religieus. Sommige van ons waren uitgesproken feministisch, terwijl anderen van ons zich prettig voelde bij een meer traditionele rolverdeling.

De theorie rondom deze stof en discussie kreeg bij mij een praktische invulling toen ik mijn Paideia project moest vormgeven. Ieder van ons liep een soort ‘stage’ in de Stockholmse Joodse gemeenschap. Ik was actief als chazzaniet in de locale Grote Synagoge, een sjoel van ietwat warrige signatuur: bepaalde aspecten waren Masorti, anderen weer juist erg Liberaal. De gemeenschap was net in transitie wat betreft de positie van de vrouw en er zou een referendum plaats vinden. Moest alles bij het oude blijven met beperkte vrouwenparticipatie? Of durfde de gemeenschap een nieuwe koers in te slaan door een egalitair model te omarmen? De verkiezingen spande er om maar uiteindelijk won de egalitaire stem en kon ik verdergaan met het leiden van mijn vrolijke, muzikale Kabbalat Sjabbat diensten en met het bijdragen aan de ochtendminje.

“Kennis is Macht”, aldus sprak Sir Francis Bacon, Britse filosoof uit de 17e eeuw. En dit hebben wij, de vrouwen en mannen van Paideia, aan den lijve mogen ondervinden. Paideia, als modern, onafhankelijk en kritisch lerninstituut, hielp ons niet alleen met de kennis te vergaren maar ook met het vinden van een stem om deze Joodse kennis tot uiting te brengen. Eén van de Talmoedische morele regels met betrekking tot het gedrag van vrouwen is dat zij haar stem – de kol ishah – tot een bescheiden niveau houdt als onderdeel van haar kuise en ingetogen levenswandel. Paideia en Mira Balberg leerde ons het tegenovergestelde doen: onze vrouwenstemmen klinken nu luider en voller van vertrouwen dan ooit, gesterkt door de teksten uit onze traditie. En de symfonie die hieruit klinkt is prachtig en waarlijk een Shir Chadasj, een nieuw lied voor het Europese Jodendom.

Sunday, January 23, 2011

Vrouwen en het Joodse gebed

Tefillin leggen, 2007 - foto genomen voor Reliflex

Dit artikel is in 2007 verschenen in Reliflex, de voorganger van Nieuw W!J. Vrouwen en het Joodse gebed

Het religieuze jodendom steunt op twee gedachten. Enerzijds is iedere mens – man en vrouw – geschapen naar Gods beeld en dus gelijkwaardig. Anderzijds steunt het jodendom op verplichting. Deze twee concepten zijn van belang om de joodse eredienst te begrijpen.

Elke jood – man of vrouw – kent de verplichting tot gebed. Maar deze verplichting kent in het traditionele jodendom een zwaardere rol toe aan mannen dan aan vrouwen. Mannen moeten drie maal daags bidden en bij het ochtendgebed een gebedsmantel met schouwdraden (talliet) dragen en gebedsriemen (tefilien) aanleggen. Vrouwen zijn van deze geboden vrijgesteld. De traditionele uitleg is dat vrouwen zorg voor huishouden en kinderen hebben en niet belast moeten worden met tijdsgebonden geboden die secuur uitgevoerd moeten worden. Een meer antropologische uitleg zou zijn dat het in een patriarchale samenleving niet gepast werd geacht dat vrouwen een publieke en rituele rol zouden uitvoeren. Bovendien werden vrouwen in juridische zin niet als (volledig) handelingsbekwaam beschouwd.

Binnen het orthodoxe jodendom wordt deze traditionele rolverdeling nog steeds gehandhaafd: vrouwen mogen naar de sjoel maar hoeven niet en krijgen ook geen rituele functies toebedeeld. Op het dragen van talliet en tefilien ligt geen verbod, maar het wordt wel ontmoedigd. Een vrouw mag zich verplichten tot driemaal daags gebed en het uitvoeren van de rituelen, maar het is in de orthodoxie hoogst ongebruikelijk (Er is enige innovatie in de linkervleugel van de orthodoxie, maar is dit nog heel pril).

Verder zijn de seksen traditioneel gescheiden in de synagoge van de orthodoxe gemeenschap. Met het oog op bescheidenheid en seksuele ingetogenheid wordt het gepaster gevonden als mannen en vrouwen niet naast elkaar zitten. Oorspronkelijk was er in de joodse tempel het ‘vrouwenhof’ maar mannen en vrouwen kwamen hier wel samen. Alleen tijdens het Loofhuttenfeest, waar het er losbandig aan toe kon gaan, werd een speciaal vrouwenbalkon opgericht. Hieruit leidden latere rabbijnen af dat een scheiding van de geslachten volgens de joodse wet als wenselijk of verplicht werd gezien.

De niet-orthodoxe stromingen (het progressieve reform- of liberale jodendom, en het wat behoudender conservatieve jodendom) besloten al snel om van deze praktijk af te wijken. Het werd niet als langer relevant ervaren om mannen en vrouwen te scheiden in de dienst, terwijl de seksen vrij met elkaar omgaan in het maatschappelijke verkeer.

Ook ten aanzien van de verplichting tot het gebed en het gebruik van rituele voorwerpen sloeg het niet-orthodoxe jodendom een andere richting in. Het liberale jodendom heeft het bindende karakter van de halacha, de joodse wet, losgelaten en ziet de geboden als keuzes die vanuit een eerzaam geweten gemaakt dienen te worden en niet per se als verplichtingen. Het conservatieve jodendom ziet de halacha nog wel als bindend maar staat ook open voor juridische innovatie. De conservatieve jood blijft verplicht maar heeft man en vrouw met betrekking tot gebed, ritueel en halachische handelingsbekwaamheid gelijkgetrokken.

De consequentie voor de praktijk is dat men in veel liberale en conservatieve sjoels vrouwen een talliet kan zien dragen: vrouwen kunnen de dienst leiden, de thora lezen, tellen mee in de minjan – het gebedsquorum – en kunnen dus ook voorzanger of rabbijn worden. Religieuze gelijkberechting is hiermee een feit.

Ikzelf heb mij in mijn joodse praktijk verplicht tot het driemaal daagse gebed en de tijdsgebonden geboden zoals talliet en tefilien. Mijn beweegreden om als vrouw deze verplichtingen op mij te nemen is tweevoudig. Enerzijds ben ik gemotiveerd door een egalitair (of ‘feministisch’) bewustzijn. Als ik gelijke rechten in de samenleving nastreef, is het consequent om ook mijn verantwoordelijkheden als gelijke op religieus gebied op mij te nemen. Anderzijds is mijn motivatie diep religieus of spiritueel te noemen: het is een verdieping van mijn avodat Hasjem (het dienen van de Eeuwige). Het voegt nuance, troost en discipline toe aan mijn joodse gebedspraktijk. Op deze manier heb ik een keuze gemaakt om mijn religiositeit heel serieus te nemen.

Driemaal daags bidden, het ombinden van de woorden van God (in de huisjes van de gebedsriemen zitten heilige thorateksten) en het me hullen in een gebedsmantel brengen mij niet alleen veel rust en introspectie maar ook waardigheid. Ik sta voor de Eeuwige zoals ik ben, toegewijd en kritisch tegelijk, helemaal als vrouw en helemaal als gelijke.

Interview met R' Mimi Feigelson


Dit artikel verscheen eerder (lente 2009) in Ha’Isha, het kwartaalblad van de National Council of Jewish Women, the Netherlands.

Reb Mimi, een Israëlische in hart en nieren, heeft in 2001 haar geliefde Jeruzalem tijdelijk ingeruild voor een bestaan aan de westkust als Masjpiah Roechanit en docente Talmoed en Chasidoet. Hoe Reb Mimi op haar huidige post is terecht gekomen is een interessant en ongewoon verhaal (van een studie Joodse Filosofie aan de Hebreeuwse Universiteit tot aan de persoonlijke s’micha van de beroemde Sjlomo Carlebach) en hoewel het verhaal achter de vrouw intrigeert, is de vrouw Reb Mimi zelf nog veel interessanter. Ik kom Reb Mimi vaak tegen in de wandelgangen van de universiteit, een imposante en tegelijkertijd warme en ontwapende verschijning die altijd een glimlach of een vriendelijk woord te bieden heeft. Ook ken ik Reb Mimi zelf via de lessen Chasidoet die ze geeft en via de uitbundige Chassidische studiesessies die zij in de Californische zon op het terras van de universiteit verzorgd. Wij rabbinale studenten zitten dan knus om haar heen terwijl zij begeleidt door haar gitaar en door telloze niggoenim van haar eigen rebbe Carlebach een authentieke sfeer neerzet. Haar persoonlijkheid nodigt echter uit tot meer. Tijd dus om de vrouw achter het verhaal beter te leren kennen. Ik heb plaatsgenomen in haar gezellige en kleurrijke kantoor en vraag haar naar wat het betekent om een Masjpiah Roechanit te zijn.

“Voor mij wordt de totaliteit van de mens niet alleen bepaald door wat men weet maar ook door wie men is. Ik zie mijn rol als Masjpiah als iemand die de rabbinale studenten begeleidt op hun eigen geestelijke reis en die als getuige optreedt door er voor ze te zijn. Soms ben ik een vertaler en soms moet ik interpreteren. De rol van Masjpiah is een rol die ik heb overgenomen uit de traditionele jesjiewe wereld. In de jesjiewot wordt er altijd één persoon aangesteld wiens verantwoordelijkheid het is om er te zijn voor de studenten en hun vragen.”

Tegelijkertijd, echter, is Reb Mimi niet alleen een Masjpiah, maar ook een Rav (rabbijn). Ze heeft immers de rabbinale bevoegdheid. Helder legt ze de dubbelrol uit van een Rav en een Rebbe, een dubbelrol die zij zelf ook op het seminarie speelt.

“In de Chassidische wereld maken we een onderscheid tussen een Rav en een Rebbe. Aan je Rav vraag je wanneer je sjachariet dient te dawenen. Maar aan je Rebbe vraag je wat je bespiegelingen tijdens je gebeden zouden moeten zijn. We hebben allemaal verschillende stemmen en juist omdat wij allemaal bestaan in de wereld van verschillende stemmen is het belangrijk om die geluiden met elkaar te delen omdat elk antwoord verschillend zal zijn.”
Vragen naar haar ervaringen als vrouw in een mannenwereld of naar haar motivaties voor het Orthodoxe rabbinaat, zijn uitgekauwd. Ik wil Reb Mimi niet vanuit de keuzes in haar verleden leren kennen maar juist vanuit haar daadkracht in het heden. Wat betekent het voor ons seminarie om iemand zoals zij in onze gelederen te hebben? Hoewel onze opleiding oog en hart heeft voor de traditie, is het niet Orthodox. Hoe is het voor haar om in dit kader te werken?

“Ik vind het heerlijk om hier te werken. Ik word hier uitgedaagd en ik daag hier uit. Wanneer ik voor het eerst vanuit Israël hier aankwam, wist ik niet wat mij overkwam. Ik liep vaak bij rabbijn Artson (decaan van de opleiding) binnen en vroeg dan op de man af; wat is hier gaande? Is dit het Amerikaanse Jodendom? Is dit het Conservative/Masorti Jodendom? Is dit Californisch of van alles een beetje? Leg het mij uit en dan kan ik op de juiste manier reageren en zal ik je zeggen wat ik denk. Soms voelde mijn ervaringen hier als een klap in mijn gezicht en soms juist als een omhelzing. Soms ging ik van, hoe kan dit gebeuren? Naar, wauw, hoe kan dit gebeuren! In het begin, en nog steeds, had ik een vertaler nodig, maar ik ben toegewijd in mijn doel om de rabbinale studenten op te leiden tot de beste Conservative rabbijnen die ze kunnen zijn. Wij kiezen er allen voor om deze weg samen af te leggen. We hebben een gezamelijke verantwoordelijkheid om eerlijk naar elkaar toe te zijn en om altijd vragen te blijven stellen. En ik ben dankbaar dat ik onderdeel van dit proces mag zijn. Tegelijkertijd ben ik niet van richting verandert, ik identificeer mij nog steeds als Orthodox maar we moeten van elk van onze stromingen in het Jodendom het beste maken. Er is geen enkele stroming die alle antwoorden heeft en geen enkele stroming die alle vragen heeft.”

Reb Mimi mag dan wel een vrouwelijke rabbijn zijn, toch is haar gender niet het definiërende punt in haar leven. Gedecideerd legt ze uit:

“Ik denk niet dat het vraagstuk van het rabbinaat een gender vraagstuk is. Ik geloof niet dat mannen rabbijnen moeten zijn of dat vrouwen rabbijnen moeten zijn. Mensen moeten rabbijnen zijn. Het rabbinaat moet hun roeping zijn. En ja, sommigen van hen zijn vrouwen en anderen zijn mannen. Het was nooit mijn vooropgestelde doel om een vrouwelijke Orthodoxe rabbijn te worden. Ik wilde gewoon rabbijn worden en een schakel in de Chassidische traditie zijn. Dit is wie ik ben. Ik zocht enkel iemand die bereid was om mij te onderwijzen. Het rabbinaat is hoe men in de wereld staat en dat je de levensweg bewandelt met een open hart en een nieuwsgierige geest”
Toch heeft ze nog enkele wijze woorden voor het lezerspubliek van Ha’Isha dat wél vrouwspecifiek is. Met een tedere stem zegt ze:

“Ik geloof wel dat vrouwen een wijsheid in zich hebben die ze moeten delen. Er is wijsheid te vinden in de stilte, in de daden en in het doorleven van het leven van vrouwen. Deze wijsheden moeten gedeeld worden met elkaar in een gemeenschap van vrouwen, ik denk dat dit heel belangrijk is. Er was een moment dat Chava onze oermoeder ons allemaal binnen zichzelf droeg. We moeten allemaal ver genoeg kunnen teruggaan tot het punt dat we allemaal weer één zijn. Als dat betekenen dat we tot Chava moeten terug gaan, dan is dat zo. Totdat we die eenheid onder vrouwen gevonden hebben is dát hoe ver we moeten gaan.”
We hebben zo een hele reis gemaakt tijdens ons korte gesprek. Van de tegenstellingen die zich maar al te snel in ons leven openbaren tot de bron waarin wij onze wezenlijke eenheid weer kunnen vinden. Alleen Reb Mimi kan het zo brengen. Ik ben blij dat ik in mijn eigen rabbinale opleiding begeleid zal worden door deze rabbijn. Opdat ik mij nog vaak aan de bron van haar wijsheid mag laven.

Wil de lezer lernen met Reb Mimi? Op http://www.zieglerpodcasts.com/ zijn haar wekelijkse (Engelstalige) cursussen te volgen.

Een dag in het leven van de Joodse vrouw

Dit artikel verscheen eerder (lente 2009) in Ha’Isha, het kwartaalblad van de National Council of Jewish Women, the Netherlands.

Het voelt nu onderhand zo normaal dat ik bijna zou vergeten hoe bijzonder het is om hier in de Verenigde Staten door vrouwelijke Joodse leiders omringd te worden. En niet zomaar vrouwen, maar uitgesproken en getalenteerde vrouwen die hun hart en hoofd schenken aan de traditie.

In Amerika is de vrouwenemancipatie bij vrijwel elke joodse stroming doorgedrongen, en wordt als daglicht gefilterd door het prisma van de eigen interpretatie.

Bij de ultra-orthodoxe Chabad beweging is het inmiddels heel normaal dat vrouwen sji’oerim voor andere vrouwen verzorgen. Vrouwen schrijven boeken, geven les en inspireren andere vrouwen tot het doen van mitswot.

In de Modern Orthodoxie is er sinds kort een andere unieke ontwikkeling: in de avant-garde sjoel in Riverdale (New York) van de visionaire rabbijn Avi Weiss is ‘Marahat’ Sara Hurwitz aangesteld. Deze jonge gelernde vrouw heeft een bijna-rabbinale titel gekregen en vervult een gemeenschapsrol die bijna identiek is aan dat van haar mannelijke collega’s.

Binnen de ‘progressieve’ stromingen van het Jodendom (Reform en Conservative), zijn de zaden van vrouwelijk leiderschap al een generatie geleden gezaaid ontspruiten, nu de eerste vruchten. Op mijn seminarie ben ik bevoorrecht om daar van te proeven.

En zo zet ik veel zoete vruchten aan mijn lippen. Op een zwoele Californische avond eind mei woonde ik de s’micha (ordinatie) van twaalf studiegenoten bij waarvan de helft vrouw waren. Tevens werden zij tijdens een prachtige en plechtige ceremonie trots toegesproken door een fiere dame in een roomwit mantelpakje: rabbijn Julie Schoenfeld, de nieuwe voorzitster van de ‘Rabbinical Assembly’, het besluitend orgaan van de Conservative beweging.

De effecten van vrouwelijk leiderschap zijn te vinden op vele niveau’s, van hoog tot laag. Wie geeft mij Talmoed les? Een energieke vrouw, Janet Davis, die de stof tot in haar vingertoppen beheerst en vol overgave doceert. Wie is de assistent-decaan die capabel leiding geeft aan ons rabbinaal programma? Rabbijn Cheryl Peretz. Bij wie heb ik een snuffelstage gelopen op de sjieke Joodse Milken Community High School in Bel Air? Rabbijn Shawn Fields-Meyer, die tevens ons eerstejaars Choemasj met Rasji doceerde.

Effecten creëren ook kansen. Als vrouw kreeg ik de kans om afgelopen jaar als campus rabbijn te werken, dwz vrijdagavond diensten te leiden en d’rashot te verzorgen. In een pluralistische omgeving was het vaak uitdagend om een elegante oplossing te vinden voor bijvoorbeeld de Orthodoxe studente die toch liever een man de dienst zag doen. Met respect voor en door compromis konden we tot een oplossing komen: ze zou genieten van het Kabbalat Sjabbat gedeelte aan het begin van de dienst en daarna zich discreet terugtrekken voor Ma’ariv, het avondgebed waarvoor een minje verlangd wordt. Ik had met de studenten op campus veel leuke discussies. En dat ik als vrouw aangesteld was bleek vaak niet eens het onderwerp te zijn.

Vrouwelijk leiderschap in het Jodendom is niet alleen een kwestie van zingeving. Hoe geven wij vrouwen de traditie vorm? Wat voegen wij toe? Ik mocht dit een aantal keren op zeer ontroerende en intieme wijze ervaren als mikwe dame op campus. ’s Avonds had ik de eer om een aantal keer een vrouw naar het mikwe te begeleiden en haar te assisteren met haar dompeling. In het zachte licht van het sfeervolle mikwe mocht ik getuige zijn van een spirituele en persoonlijke mitswe. Als dit geen moment van vrouwelijk leiderschap was, wat dan wel?

Zo vangt ook mijn prisma het licht. Mijn traditie filtert en verwerkt de vrouwenemancipatie op egalitaire wijze maar dat is zeker niet de enige manier. Als ik in de Beit Midrasj (studiezaal) samen met mijn (mannelijke) chevroeta (studiepartner) mijn tanden bijt op een moeilijke passage uit de Talmoed, als ik ’s ochtends met talliet en tefillin een sjachariet dienst leid en de eeuwenoude gebeden zing dan voel ik mij bevoorrecht.

Net zoals de rabbijnen uit de Talmoed en de gebeden uit de siddoer zijn er verschillende methoden en een diversiteit aan minhagim, (gebruiken).

Gelukkig zijn wij hedendaags bij machte om die als vrouwen vanuit onze eigen keuze en traditie prachtig vorm te geven.

Dat is een dag in het leven van ‘de’ Joodse vrouw. ‘De’ Joodse vrouw bestaat natuurlijk niet. Maar wij kunnen haar, volgens het beste wat ieder van ons kan bieden, natuurlijk wel een beetje worden.

Parashat Bereshit

Hoe seksistisch is de Tora?

In veel discussies is dit een terugkerend thema en vaak wordt Genesis (B’reesjiet) in het beklaagdenbankje gezet. Het relaas van Adam en Eva/Chawa zou bewijzen dat de Torah onvrouwvriendelijk is. Werd Chawa namelijk niet uit de rib van Adam geschapen?

(Gen. 2:22): וַיִּבֶן יְהוָה אֱלֹהִים אֶת-הַצֵּלָע אֲשֶׁר-לָקַח מִן-הָאָדָם, לְאִשָּׁה; וַיְבִאֶהָ, אֶל-הָאָדָם.

(“En Adonai God bouwde een vrouw uit de rib die Hij uit de Adam had genomen en bracht haar tot Adam” – mijn vertaling).

Het scheppen van Chawa uit de rib van Adam zou haar minderwaardigheid bewijzen. Maar het woord ‘tzelah’ – rib – kan ook met ‘zijkant’ worden vertaald. Dit nuanceverschil is belangrijk: want het woord zijkant draagt veel meer gelijkwaardigheid in zich dan rib. Staat Chawa niet meer ‘zij aan zij’ met Adam, als zijn ‘ezer k’negdo’ – zijn hulppartner - naast hem?

Een meer gelijkwaardige lezing van de tekst rijmt ook met Gen. 1:27:

וַיִּבְרָא אֱלֹהִים אֶת-הָאָדָם בְּצַלְמוֹ, בְּצֶלֶם אֱלֹהִים בָּרָא אֹתוֹ: זָכָר וּנְקֵבָה, בָּרָא אֹתָם.

(“En God schiep de Adam/mens in Zijn evenbeeld, in het evenbeeld van God schiep Hij hen: mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen” – mijn vertaling).

Er is altijd van uitgegaan dat Genesis 1 en 2 met elkaar in tegenspraak zijn en in bijbel-wetenschappelijke kringen wordt dit verschil toegeschreven aan verschillende auteurs van de oorspronkelijke tekst. Toch kies ik er zo om het niet zo te lezen. Ik zie het contrast tussen Genesis 1 met zijn nadruk op gelijkwaardigheid niet als een tegenspraak met Genesis 2 waarin na verbanning uit Gan Eden de ongelijkwaardige rol van de vrouw wordt bezegeld. Ik zie Genesis 1 eerder als een ideaal en Genesis 2 als de meer weerbarstige werkelijkheid waarin zowel mannen en vrouwen vanaf het begin der tijden moesten zwoegen voor hun bestaan. Vervolgens ontstond hier een sociale werkelijkheid uit waarin vrouwen een ongelijkwaardige rol vervulden.

Descriptief is niet noodzakelijk prescriptief. Als Genesis 2 geen ideaal is maar een beschrijving van bittere realiteit, wat is dan de boodschap van Genesis 1? En wat betekent “zecher v’nekevah bara otam’ – mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen?

De rabbijnen die de midrasjiem (rabbijnse legenden uit de late Oudheid) schreven braken ook al hun hoofd hierover. Er zijn dan ook een legio aan interpretaties van hoe de eerste Mens geschapen is. Eén daarvan uit Midrasj B’reesjiet Rabba (hoofdstuk 8) is erg bijzonder:

“Rabbi Jirmia ben Elazar zei, in het uur [op het moment] dat de Heilige gezegend zij Hij de eerste mens schiep, schiep Hij hem als androgynos [omzijdig]. Rabbi Shmuel bar Nachman zei: op het moment dat de Heilige gezegend zij Hij de eerste Mens schiep, schiep Hij hem met twee gezichten. Hij spleet hem en maakte hem met twee ruggen [twee lichamen].” (Mijn vertaling)

Dus Adam als een omzijdig wezen of als Siamese tweeling? Niets gaat de rabbijnse verbeelding te boven. Het bijzondere is namelijk dat zij de Torah zo wel als goddelijk als multi- interpretabel zien. “Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen” betekent in de rabbijnse gedachtewereld dat er één wezen moest zijn geweest die op de goddelijke operatietafel chirurgisch gescheiden werd. Zo verenigt de Midrasj Genesis 1 en 2: want ‘tzelah’ – rib of zijkant – wordt in deze analyse meegenomen. De eerste Mens werd gesplitst in mannelijk en vrouwelijk via het scheiden van de zijkanten.

De operatie is gelukkig geslaagd en Adam en Chawa begonnen hun leven als unieke individuen, beiden in het evenbeeld van God. Met hulp van deze Midrasj lees ik mijn Torah niet als seksistisch maar als een prachtig verklaringsmodel voor de verschillen en overeenkomsten – en de intrinsieke gelijkwaardigheid – van de geslachten. Genesis 1 roept ons op om de wereld van Genesis 2 kritisch te bekijken. Want pas als wij als mensen weer geheel in balans zijn, met elk een beetje mannelijk en elk een beetje vrouwelijk in ons (wat dat ook voor ons moge betekenen) keren weer een beetje terug naar het oorspronkelijke ‘Hof van Eden’. Hoe mensen hun gender definiëren en invullen is hun eigen vrije keuze. Maar ik geloof dat de wereld er een stukje beter uit zouden kunnen zien als we elkaar weer kunnen zien voor wat we zijn: allen in het evenbeeld van God geschapen.